Rb. Overijssel 3 februari 2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:573
Primair is door huurders gevorderd het in bezit stellen van de sleutels van de schuur met keuken en wasgelegenheid en subsidiair huurprijsvermindering van 80% op grond van gebreken in het gehuurde, waaronder het niet kunnen koken en wassen. De primaire vordering is afgewezen omdat uit niets blijkt dat de schuur met keuken en wasgelegenheid tot het gehuurde behoort. Ook komt de huurder geen (huur)recht toe op het privé gebruik van de keuken en de wasgelegenheid in de schuur. Ten aanzien van de subsidiaire vordering heeft de kantonrechter geoordeeld dat, om vast te kunnen stellen wat de daadwerkelijke aard, ernst en omvang van de (gestelde) gebreken is en wat een evenredige huurprijsvermindering in dat verband zou zijn, nader onderzoek nodig is naar de feiten en omstandigheden. Voor een dergelijk onderzoek is in een kort geding procedure geen plaats. De kantonrechter acht voorshands voldoende aannemelijk dat ten minste sprake is van gebreken van categorie B van het Besluit Huurprijzen Woonruimte en dat een vordering tot huurprijsvermindering in een bodemprocedure in ieder geval tot een bedrag van 30% zou worden toegewezen tot de gebreken zijn hersteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl