Rb. Overijssel 11 augustus 2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:2643

In deze zaak is in de eerste plaats de vraag aan de orde of de juiste partij is gedagvaard. Hoewel niet de contractspartij is gedagvaard, is de kantonrechter van oordeel dat eiser voldoende heeft gesteld – en dat door gedaagde onvoldoende is weersproken – dat het leerstuk van vereenzelviging van rechtspersonen in deze zaak aan de orde is. De juiste partij is daarom gedagvaard. Vervolgens is de vraag aan de orde of eiser de koopovereenkomst kon ontbinden ingevolge de 14 dagen bedenktijd die bij aankopen op afstand van toepassing is (artikel 6:230o BW). Aan de hand van een analyse van richtlijn 2011/83/EU en het daaraan ten grondslag liggende voorstel voor die richtlijn van de Europese Commissie, komt de kantonrechter tot het oordeel dat het ontbindingsrecht van consumenten bij ‘koop op afstand’ ook van toepassing op aankopen die (uitsluitend) via een online-veilingplatform zijn gedaan, ongeacht de vraag of er ook een fysieke bieding had kunnen worden uitgebracht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken