Rb. Overijssel 22 juli 2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:2624

Grensoverschrijdend geschil met twee gedaagden, waarvan een gevestigd is binnen de EU en een buiten de EU. Allereerst is de vraag aan de orde of de rechtbank bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Daartoe is de regelgeving uit Verordening (EU) 1215/2012 (Brussel I bis) van belang. Aangezien het hier gaat om vorderingen die voldoende samenhang hebben met een consumentenovereenkomst en eiser als consument kan worden aangemerkt, is de rechtbank bevoegd. Vervolgens is de vraag aan de orde of er op een juiste wijze is betekend. Daarvoor zijn het Haags Betekeningsverdrag en Verordening (EG) 1393/2007 van belang. Uit de overgelegde stukken kan niet worden opgemaakt of overeenkomstig deze regelgeving is betekend. De zaak wordt daarom aangehouden om eiser in de gelegenheid te stellen stukken te overleggen waaruit kan blijken dat aan de betekeningsvereisten van voornoemde regelgeving is voldaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen