Rb. Overijssel 16 juni 2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:2075

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 41-jarige man tot een gevangenisstraf van 5 jaar voor grootschalige hennepteelt, witwassen, verboden wapenbezit, mishandeling en bedreiging. De criminele organisatie, onder leiding van de man, was verantwoordelijk voor ten minste 14 grote en professioneel ingerichte hennepkwekerijen vooral in en rond Almelo. Zij huurden woningen of bedrijfspanden om daar een kwekerij in te beginnen en gebruikten garageboxen om spullen op te slaan. Voor de kwekerijen werd illegaal stroom afgetapt. De rechtbank acht daarnaast bewezen dat grote sommen geld zijn witgewassen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer 08/952617-17 (P)
Datum vonnis: 16 juni 2020
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officieren van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1979 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 11 mei 2020, 12 mei 2020 en 3 juni 2020.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie mr. L. Grooters en mr. J. Veenendaal en van wat door verdachte en de raadsman mr. S.F.J. Smeets, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, na wijzigingen van de tenlastelegging van 11 mei 2020, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: samen met anderen dan wel alleen in de uitoefening van een beroep of bedrijf op veertien verschillende adressen hennep heeft geteeld;

feit 2: samen met anderen dan wel alleen op die veertien adressen elektriciteit heeft gestolen;

feit 3: op zes adressen voorbereidingshandelingen heeft gepleegd als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet;

feit 4: samen met anderen dan wel alleen zich schuldig heeft gemaakt aan (gewoonte) witwassen van goederen en/of geldbedragen;

feit 5: (als leider) heeft deelgenomen aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 11b van de Opiumwet, dan wel artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht;

feit 6: opzettelijk een vuurwapen en 22 patronen in zijn bezit heeft gehad;

feit 7: samen met een ander dan wel alleen [slachtoffer] heeft mishandeld;

feit 8: samen met een ander dan wel alleen [slachtoffer] heeft bedreigd.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1

hij in of omstreeks de periode 1 januari 2017 tot en met 4 september 2018 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] (België), in ieder geval in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) in de uitoefening van een beroep of bedrijf, -in een pand aan [adres 2] in [plaats 1] (zaaksdossier A-01) en/of -in een pand aan [adres 3] in [plaats 1] (zaaksdossier A-02) en/of -in een pand aan [adres 4] in [plaats 1] (zaaksdossier A-03) en/of -in een pand aan [adres 5] in [plaats 1] (zaaksdossier A-04) en/of -in een pand aan [adres 6] in [plaats 1] (zaaksdossier A-05) en/of -in een pand aan [adres 7] in [plaats 1] (zaaksdossier A-06) en/of -in een pand aan [adres 8] in [plaats 1] (zaaksdossier A-07) en/of -in een pand aan [adres 9] in [plaats 1] (zaaksdossier A-09) en/of -in een pand aan [adres 10] in [plaats 1] (zaaksdossier A-10) en/of -in een pand aan [adres 6] in [plaats 1] (zaaksdossier A-12) en/of -in een pand aan [adres 11] in [plaats 1] (zaaksdossier A-13) en/of -in een pand aan [adres 12] in [plaats 1] (zaaksdossier A-14) en/of -in een pand aan [adres 13] in [plaats 3] (België) (zaaksdossier A-15) en/of -in een pand aan [adres 14] in [plaats 2] (zaaksdossier B-01), (telkens) opzettelijk een (groot) aantal hennepplanten en/of delen daarvan heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, terwijl dit gepleegde feit (telkens) (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel (een) middel(len) aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2 hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 4 september 2018, te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] (België), in ieder geval in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (telkens) heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, te weten: - (ongeveer) 26.971 kWh (locatie [adres 2] in [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1] (zaaksdossier A-01) en/of - (ongeveer) 9.864 kWh (locatie [adres 3] in [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] (zaaksdossier A-02) en/of - (ongeveer) 45.410 kWh (locatie [adres 4] in [plaats 1] in [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] (zaaksdossier A-03) en/of - (ongeveer) 11.095 kWh (locatie [adres 5] in [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] (zaaksdossier A-04) en/of - (ongeveer) 73.956 kWh (locatie [adres 6] in [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] (zaaksdossier A-05) en/of - (ongeveer) 41.915 kWh (locatie [adres 7] in [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] (zaaksdossier A-06) en/of - (ongeveer) 12.624 kWh (locatie [adres 8] in [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] (zaaksdossier A-07) en/of - (ongeveer) 28.197 kWh (locatie [adres 9] in [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] (zaaksdossier A-09) en/of - (ongeveer) 8.763 kWh (locatie [adres 10] in [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] (zaaksdossier A-10) en/of - (ongeveer) 2.855 kWh (locatie [adres 6] in [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] (zaaksdossier A-12) en/of - (ongeveer) 50.019 kWh (locatie [adres 11] in [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] (zaaksdossier A-13) en/of - (ongeveer) 35.659 kWh (locatie [adres 12] in [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] (zaaksdossier A-14) en/of - een (aanzienlijke) hoeveelheid elektriciteit (locatie [adres 13] in [plaats 3] (België)), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 3] (zaaksdossier A-15) en/of - (ongeveer) 11.003 kWh (locatie [adres 14] in [plaats 2] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 4] ,

in elk geval een hoeveelheid elektriciteit, althans enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de weg te nemen elektriciteit, althans het weg te nemen goed, onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

3

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode 1 juni 2017 tot en met 4 september 2018 te [plaats 1] en/of [plaats 2] , in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, stoffen en/of voorwerpen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd en/of voorhanden gehad, dan wel vervoermiddelen, ruimten, gelden, andere betaalmiddelen en/of gegevens voorhanden heeft gehad, te weten:

een kweekruimte (locatie [adres 14] in [plaats 2] ) met daarin diverse (hennep gerelateerde) goederen, waaronder -drie, althans een of meerdere kweekbak(ken)/plantenbak(ken) ( gevuld met potgrond en meststoffen) en/of -zeventien, althans een of meerdere armatu(u)r(en) en/of -achttien, althans een of meerdere assimilatielamp(en) en/of -een schakelbord en/of -negentien, althans een of meerdere transformator(en) en/of -twee, althans een of meerdere koolstoffilter(s) en/of -een slakkenhuis en/of -zeven, althans één of meerdere ventilator(en) en/of -twee, althans een of meerdere kachel(s) en/of -een dompelpomp en/of -een of meerdere groeimiddel(len);

en/of een garagebox (locatie [adres 15] in [plaats 1] ) met daarin diverse (hennep gerelateerde) goederen, waaronder -twee, althans een of meerdere airco(s) en/of -twaalf, althans een of meerdere armatu(u)r(en) en/of -een schakelbord en/of

-vijf, althans een of meerdere assimilatielamp(en) en/of -een dompelpomp en of -twee, althans een of meerdere ventilator(en)

en/of een garagebox (locatie [adres 16] in [plaats 1] ) met daarin diverse (hennep gerelateerde) goederen, waaronder -twintig, althans een of meerdere transformator(en) en/of -drie, althans een of meerdere PH-meter(s) en/of -een of meerdere kap(pen) van (een) assimilatielamp(en) en/of -een of meerdere bloempot(ten)/plantenbak(ken); en/of een garagebox (locatie [adres 17] in [plaats 1] ) met daarin diverse (hennep gerelateerde) goederen, waaronder -vierentwintig, althans een of meerdere armatu(u)r(en)en/of -drieënvijftig, althans een of meerdere assimilatielamp(en) en/of -een snelheidsregelaar en/of -twee, althans een of meerdere tijdsschakelaar(s) en/of -negen, althans een of meerdere transformator(en) en/of -een slakkenhuis en/of -zeven, althans een of meerdere droognet(ten) en/of -een of meerdere zak(ken) met teelaarde en/of -een strijkijzer en/of -een of meerdere watervat(en); en/of een garagebox (locatie [adres 18] ) met daarin diverse (hennep gerelateerde) goederen, waaronder -drie, althans een of meerdere assimilatielamp(en) en/of -drie, althans een of meer tijdschakelaar(s) en/of -elf, althans een of meer transformator(en) en/of -twee, althans een of meer slakkenhuizen en/of -een ventilator en/of -twee, althans een of meer kachel(s) en/of -een of meerdere groeimiddel(len) en/of - een droognet; en/of een garagebox (locatie [adres 19] ) met daarin diverse (hennep gerelateerde) goederen, waaronder -vijftien, althans een of meerdere armatu(u)r(en) en/of -zesentwintig, althans een of meerdere assimilatielamp(en) en/of -negen, althans een of meerdere elektriciteitssnoer(en) en/of -zeven, althans een of meerdere transformator(en) en/of -twee, althans een of meerdere slakkenhuizen en/of -twee, althans een of meerdere ventilator(en) en/of -vijf, althans een of meerdere kachel(s), en/of -een temperatuurventilatieregelaar en/of -honderd tweeëntachtig cans, althans een of meerdere can(s) met (een) groeimiddel(len) en/of -tien, althans een of meerdere droognet(ten) en/of -achtennegentig, althans een of meerdere knipscha(a)r(en),

waarvan hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) of (telkens) ernstige reden had(den) te vermoeden dat die stoffen en/of voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of ruimten en/of gelden en/of andere betaalmiddelen en/of gegevens (telkens) bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;

4 primair hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 4 september 2018, te [plaats 1] en/of te [plaats 4] (Turkije), in ieder geval in Nederland en/of Turkije, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens) van (een) voorwerp(en), te weten (een) geldbedrag(en) van (in totaal) (ongeveer) 90.667 Euro (contante stortingen op (een) bankrekening(en) in Nederland en/of Turkije en/of (een) contante betaling(en) aan een reisbureau en/of (een) contante betaling(en) voor een auto en/of voor een renovatie van een badkamer en/of voor een dakkapel), in ieder geval van een hoeveelheid (contant) geld, (telkens) de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of vervreemding en/of verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, dan wel (telkens) heeft verhuld en/of verborgen wie de rechthebbende(n) van de hoeveelheid (contant) geld is/waren en/of (telkens) (een) geldbedrag(en) van (in totaal) (ongeveer) 90.667 Euro (contante stortingen op (een) bankrekening(en) in Nederland en/of Turkije en/of (een) contante betaling(en) aan een reisbureau en/of (een) contante betaling(en) voor een auto en/of voor een renovatie van een badkamer en/of voor een dakkapel), in ieder geval een hoeveelheid (contant) geld, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp(en) (telkens) - onmiddellijk en/of middellijk - afkomstig was/waren uit enig en/of eigen misdrijf;

4 subsidiair hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 4 september 2018, te [plaats 1] en/of te [plaats 4] (Turkije), in ieder geval in Nederland en/of Turkije, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) van (een) voorwerp(en), te weten (een) geldbedrag(en) van (in totaal) (ongeveer) 90.667 Euro (contante stortingen op (een) bankrekening(en) in Nederland en/of Turkije en/of (een) contante betaling(en) aan een reisbureau en/of (een) contante betaling(en) voor een auto en/of voor een renovatie van een badkamer en/of voor een dakkapel), in ieder geval van een hoeveelheid (contant) geld, (telkens) de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of vervreemding en/of verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, dan wel (telkens) heeft verhuld en/of verborgen wie de rechthebbende(n) van de hoeveelheid (contant) geld is/waren en/of (telkens) (een) geldbedrag(en) van (in totaal) (ongeveer) 90.667 Euro (contante stortingen op (een) bankrekening(en) in Nederland en/of Turkije en/of (een) contante betaling(en) aan een reisbureau en/of (een) contante betaling(en) voor een auto en/of voor een renovatie van een badkamer en/of voor een dakkapel), in ieder geval een hoeveelheid (contant) geld heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat bovenomschreven voorwerp(en) (telkens) - onmiddellijk en/of middellijk - afkomstig was/waren uit enig en/of eigen misdrijf;

5 A) hij in of omstreeks de periode 1 januari 2017 tot en met 4 september 2018 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] (België) en/of [plaats 4] (Turkije), in ieder geval in Nederland en/of België en/of Turkije, als oprichter en/of leider en/of bestuurder, althans als lid, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten van hem, verdachte, en (onder andere) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 11] en/of [medeverdachte 12] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven, te weten

- misdrijven als bedoeld in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet, te weten het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B en/of onder C van de Opiumwet gegeven verbod, te weten het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren en/of aanwezig hebben van (een) middel(len) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, terwijl dit (telkens) betrekking had op een grote hoeveelheid van dat middel, dan wel (een) middel(len) aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet en/of

-misdrijven als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet, te weten het voorbereiden of bevorderen van een feit als bedoeld in het derde en vijfde lid van artikel 11; B) hij in of omstreeks de periode 1 januari 2017 tot en met 4 september 2018 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] (België) en/of [plaats 4] (Turkije), in ieder geval in Nederland en/of België en/of Turkije, als oprichter en/of leider en/of bestuurder, althans als lid, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten van hem, verdachte, en (onder andere) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 11] en/of [medeverdachte 12] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven, te weten

- het zich wederrechtelijk toe-eigenen van elektriciteit, waarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf wordt verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik wordt gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of - het plegen van (een gewoonte maken van) witwassen, althans schuldwitwassen.

6 hij op of omstreeks 4 september 2018 te [plaats 1] , in ieder geval in Nederland, een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen van het merk Simson en Co, type Galand, kaliber 10,6 mm en/of munitie van categorie III, te weten 22 patronen van het merk S&B, kaliber 9mm luger, voorhanden heeft gehad; (zaaksdossier E-04) 7 hij op of omstreeks 16 maart 2018 en/of 17 maart 2018 en/of 9 april 2018 te [plaats 1] , in ieder geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen, [slachtoffer] heeft mishandeld door (op of omstreeks 16 maart 2018 en/of 17 maart 2018)

die [slachtoffer] met een (vuur)wapen/pistool, althans een hard voorwerp, tegen het (achter)hoofd te slaan en/of door die [slachtoffer] met een mes, althans met een scherp en puntig voorwerp, in het gezicht te snijden;

en/of (op of omstreeks 9 april 2018) die [slachtoffer] met een stiletto/mes, althans met een scherp en puntig voorwerp, (met kracht) in een hand te steken;

en/of (op of omstreeks 9 april 2018) die [slachtoffer] (meermalen) (met kracht) in/tegen het gezicht en/of tegen de neus en/of op/tegen de/een oog/ogen, althans tegen het hoofd te slaan/stompen en/of die [slachtoffer] (meermalen) te schoppen en/of die [slachtoffer] (meermalen) (met kracht) met een knie tegen het lichaam te stoten;

8

hij in of omstreeks de periode 16 maart 2018 tot en met 17 maart 2018 te [plaats 1] , in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door in het bijzijn van die [slachtoffer] een (vuur)wapen/pistool door te laden en/of (te proberen) dat/een (doorgeladen) (vuur)wapen/pistool in de mond van die [slachtoffer] te stoppen.

3. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officieren van justitie ontvankelijk zijn in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1 Aanleiding onderzoek en te beantwoorden rechtsvragen
Naar aanleiding van informatie van onder meer Team Criminele Inlichtingen (TCI) en BVH-mutaties is de politie Oost-Nederland in mei 2017 een strafrechtelijk onderzoek gestart, genaamd HERA. Het onderzoek richtte zich op een groep personen die zich onder leiding van [naam 1] en zijn zoon [verdachte] op grote schaal zou bezig houden met het in georganiseerd verband opzetten en exploiteren van hennepkwekerijen. De organisatie zou in het bezit zijn van minimaal tien hennepkwekerijen in Twente, waarbij sprake zou zijn van een duidelijke taakverdeling.
Gedurende anderhalf jaar is onderzoek gedaan naar deze groepering, waarbij tegen een aantal verdachten bijzondere opsporingsmiddelen zijn ingezet. Er hebben onder meer (stelselmatige) observaties plaatsgevonden, er zijn verkeersgegevens opgevraagd, er zijn meerdere telefoons afgeluisterd en er is gebruik gemaakt van de mogelijkheid van het opnemen van vertrouwelijke informatie (OVC).
Op 4 september 2018 zijn meerdere woningen en garageboxen doorzocht, waarbij diverse goederen in beslag zijn genomen. In totaal zijn meer dan 40 verdachten aangehouden. Het opsporingsonderzoek heeft geresulteerd in een omvangrijk dossier dat bestaat uit onder meer 42 afzonderlijke zaakdossiers.
De vraag die aan de rechtbank ter beantwoording voorligt is of verdachte, kort samengevat, als (mede)pleger betrokken is geweest bij veertien hennepkwekerijen (feit 1), de diefstal van elektriciteit ten behoeve van deze hennepkwekerijen (feit 2), op zes adressen voorbereidingshandelingen heeft gepleegd (feit 3), (gewoonte)witwassen (feit 4), het deelnemen aan een criminele organisatie (feit 5), het opzettelijk voorhanden hebben van een vuurwapen en 22 patronen (feit 6), het mishandelen (feit 7) en bedreigen (feit 8) van [slachtoffer] .
De rechtbank zal hieronder per ten laste gelegd feit aangeven of zij dit, geheel of partieel, bewezen acht.
Verdachte staat terecht met tien andere verdachten: [medeverdachte 4] , [medeverdachte 10] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 9] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Voor de leesbaarheid van het vonnis zal de rechtbank de verdachten [naam 2] aanduiden met hun voornaam en de andere verdachten met hun achternaam.

4.2 Het standpunt van de officieren van justitie
De officieren van justitie hebben zich – zoals verwoord in het schriftelijke requisitoir – op het standpunt gesteld dat verdachte (partieel) moet worden vrijgesproken van het onder feit 3 tenlastegelegde ten aanzien van de garagebox aan de [adres 18] [plaats 1] en het onder feit 4B, tweede gedachtestreepje.
Zij achten de onder 1 2, 3, 4 primair, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

4.2.1 De hennepkwekerijen (feit 1)
De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [adres 2] (A-01) blijkt volgens de officieren van justitie uit het contact met getuige [getuige 1] en de verklaring van [medeverdachte 8] . Verdachte is degene die direct na de ontmanteling gewaarschuwd wordt. Daarna is de Volkswagen Transporter van verdachte in de [adres 2] gezien.
De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [adres 3] (A-02) blijkt volgens de officieren van justitie uit de tapgesprekken van 24 september 2017 tussen [medeverdachte 3] en verdachte en van 27 september 2017 tussen [medeverdachte 3] en [naam 3] . Ook worden door [naam 4] en [medeverdachte 5] strijkzakken opgehaald bij verdachte.
De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan [adres 4] (A-03) blijkt volgens de officieren van justitie uit de rode rugzakken met knipschaartjes die in de schuur van verdachte zijn aangetroffen.
De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [adres 5] (A-04) blijkt volgens de officieren van justitie uit de omstandigheid dat verdachte, [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] met elkaar bijeenkomen in het koffiehuis aan de [straat 1] , nadat zij kennis hebben genomen van de ontmanteling van de kwekerij.
De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [adres 6] (‘eerste keer’) (A-05) blijkt volgens de officieren van justitie uit het overnemen van de bakkerij van [naam 5] als dekmantel voor de hennepkwekerij en de verklaringen van [naam 5] en [naam 6] . Verdachte heeft geregeld dat de verbinding tussen de bakkerij en ‘boven’ wordt afgesloten en dat er een vals huurcontract op naam van [naam 7] kwam. Daarnaast is een dactyspoor van verdachte aangetroffen in de toegang naar kweekruimte nummer 4.
De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij in de loods aan de [adres 7] (A-06) blijkt volgens de officieren van justitie uit OVC-gesprekken na de ontmanteling van de kwekerij, in combinatie met eerdere tapgesprekken, mast- en bakengegevens. Uit die bewijsmiddelen volgt ook dat verdachte heeft geholpen met knippen of andere werkzaamheden heeft verricht.
De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [adres 8] (A-07) blijkt volgens de officieren van justitie uit het huurcontract van [naam 8] , een Pool, die in het politieonderzoek niet is gevonden. De aannemelijkheid van dit verhaal kan niet worden getoetst. Het beeld past bovendien in het zaakdossier over de [adres 6] . Betrokkenheid van verdachte blijkt ook uit een observatie van 31 januari 2018. Uit tapgesprekken blijkt bovendien dat verdachte zich heeft beklaagd bij [medeverdachte 4] over de ontdekking van de hennepkwekerij. Ook zegt verdachte tegen [naam 9] dat “het door de koppigheid van [medeverdachte 7] ” kwam. Verdachte had voorgesteld om de grote kant op te ruimen, maar [medeverdachte 7] wilde de gok nemen. Verdachte heeft geen uitleg gegeven over deze gesprekken.
De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [adres 9] (A-09) blijkt volgens de officieren van justitie uit de bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie en ter terechtzitting en ondersteunende bewijsmiddelen.
De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [adres 10] (A-10) blijkt volgens de officieren van justitie uit de verklaring van [slachtoffer] , afgelegd op 16 oktober 2018. Uit tapgesprekken tussen verdachte en [medeverdachte 1] wordt meermalen gesproken over de kwekerij bij [medeverdachte 1] . Verder is een dactyspoor van verdachte gevonden op isolatiefolie in de kwekerij.
De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [adres 6] (‘tweede keer’) (A-12) blijkt volgens de officieren van justitie uit tapgesprekken en OVC.
De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [adres 11] (A-13) blijkt volgens de officieren van justitie uit de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd bij de politie en ter terechtzitting. Uit tapgesprekken, bakengegevens en observaties blijkt dat [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 9] ook bij de kwekerij betrokken zijn en dat verdachte hen op afstand instrueert en aanstuurt.
De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [adres 12] (A-14) blijkt volgens de officieren van justitie uit de controle die op huurder [naam 10] , in overleg met verdachte, door [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] wordt uitgeoefend. Verdachte was ook in bezit van een kopie van het ID-bewijs van [naam 10] .
De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [adres 13] in [plaats 3] , België (A-15) blijkt volgens de officieren van justitie uit zijn bekennende verklaring afgelegd bij de politie en ter terechtzitting. Deze verklaring wordt ondersteund door tapgesprekken in combinatie met mastgegevens, OVC-gesprekken en de verklaring van [naam 6] .
De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [adres 14] (B-01) in [plaats 2] blijkt volgens de officieren van justitie uit onder meer de belastende verklaring van [naam 11] . Deze verklaring wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen.

4.2.2 Diefstal van stroom (feit 2)
De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat verdachte zich bij elk van de hiervoor besproken kwekerijen schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van diefstal van stroom, door middel van verbreking van de zegels en het maken van een aansluiting buiten de meter om, om de kwekerijen van stroom te voorzien.

4.2.3 Voorbereidingshandelingen (feit 3)
De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich ten aanzien van de adressen [adres 15] , [adres 16] , [adres 17] en de [adres 19] heeft schuldig heeft gemaakt aan het plegen van voorbereidingshandelingen, strafbaar gesteld in de Opiumwet. De goederen die zijn aangetroffen in de [adres 14] in [plaats 2] betreffen goederen die nog steeds bestemd waren voor de bedrijfsmatige teelt van een groot aantal planten. Op het moment van aantreffen hadden de verdachten de goederen nog steeds voorhanden, met datzelfde doel, hennep telen. De goederen die zijn aangetroffen in andere garageboxen zijn telkens gebruikt voor de opslag voor goederen uit en onmiskenbaar bestemd voor de hennepteelt. Gebleken is dat verdachte telkens samen met anderen toegang of zeggenschap had over die boxen.

4.2.4 Witwassen (feit 4)
De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat verdachte zich in de periode van 1 januari 2014 tot 1 januari 2017 heeft schuldig gemaakt uit het witwassen van een bedrag van totaal € 36.527,-, afkomstig van enig misdrijf. Met betrekking tot de gelden die zijn witgewassen vanaf 1 januari 2017 tot 4 september 2018 ad € 54.140,- stellen de officieren van justitie zich op het standpunt dat deze gelden afkomstig zijn van door verdachte zelf gepleegde misdrijven. Primair is sprake van omzetten/verhullen/verbergen, waardoor een veroordeling kan volgen voor witwassen zoals bedoeld in artikel 420bis lid 1 onder a. Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat in het geval van de posten onder II, III, IV en V geen sprake is van verhullingshandelingen, kan dan vanaf de periode van 1 januari 2017 een veroordeling volgen voor het voorhanden hebben van goederen uit eigen misdrijf.

4.2.5 Criminele organisatie (feit 5)
De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een criminele organisatie met het oogmerk op de grootschalige hennepteelt, voorbereidingshandelingen daarvan en de diefstal van stroom. Er is sprake geweest van een crimineel samenwerkingsverband tussen de verdachten [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 9] , [medeverdachte 10] en ook met [medeverdachte 11] en [medeverdachte 12] . Dit samenwerkingsverband had een zekere duurzaamheid en structuur. [medeverdachte 10] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] kunnen worden aangemerkt als de ‘timmermannen’ die verantwoordelijk waren voor de opbouw en exploitatie van de hennepkwekerijen. [medeverdachte 8] was voornamelijk als ‘elektricien’ verantwoordelijk voor illegaal aansluiten en afnemen van de elektriciteit en [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 4] droegen als beheerder de verantwoording voor het onderhouden van het contact met de katvangers en het verzorgen van de hennepplanten. [medeverdachte 11] en [medeverdachte 12] waren als informant voor de organisatie verantwoordelijk voor de informatievoorziening vanuit de politiesystemen. [medeverdachte 1] hield zich aanvankelijk alleen bezig met de rol van bouwer/inrichter van kwekerijen, maar verwierf zich langzamerhand de positie van rechterhand van [verdachte] . [verdachte] kan worden aangemerkt als degene die de organisatie aanstuurde, aan wie verantwoording werd afgelegd en die instructies gaven. Op grond van deze rolverdeling moet worden geconcludeerd dat sprake is geweest van een goed georganiseerd (professioneel), crimineel samenwerkingsverband dat herhaald en overeenkomstig tevoren gemaakte plannen handelingen ten behoeve van de hennepteelt heeft uitgevoerd.

4.2.6 Wapenbezit (feit 6)
Verdachte bekent het voorhanden hebben van het revolver en de munitie. De goederen zijn in de woning van verdachte aangetroffen en vallen onder categorie III van de WWM.

4.2.7 Bedreiging en mishandeling [slachtoffer] (feiten 7 en 8)
Deze feiten kunnen volgens de officieren van justitie worden bewezen op grond van de verklaring van [slachtoffer] , afgelegd op 16 oktober 2018, de OVC-gesprekken in het dossier, de verklaring van getuige De Roode en de door de verbalisant vastgestelde bevindingen van het letsel op 3 mei 2018.

4.3 Het standpunt van de verdediging

4.3.1 De hennepkwekerijen (feit 1)
Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat een deel van de kwekerijen niet in werking was gedurende de hele tenlastegelegde periode, wat tot partiële vrijspraak zou moeten leiden.
Voor de hennepkwekerijen aan de [adres 2] (A-01), de [adres 3] (A-02), [adres 4] (A-03) en de [adres 5] (A-04) is er geen enkel bewijs voor strafbare betrokkenheid van verdachte.
In het dossier A-05 over de kwekerij aan de [adres 6] , komt de naam van verdachte voor, omdat hij het pand wilde aankopen om een Turkse bakkerij te vestigen. Dat een vingerafdruk van verdachte is aangetroffen in het pand, is dus niet vreemd. De verklaringen die getuige [naam 5] bij de politie en de rechter-commissaris heeft afgelegd zijn onbetrouwbaar. Zijn verklaring tijdens zijn eigen zitting bij de politierechter op 28 mei 2019 is veel waarschijnlijker en daar zou de rechtbank van uit moeten gaan. Ook de verklaring van getuige [naam 6] is onbetrouwbaar, vanwege diens zwakbegaafdheid. Reden waarom verdachte volgens de raadsman moet worden vrijgesproken.
Ten aanzien van de kwekerij in de loods aan de [adres 7] (A-06) heeft de raadsman bepleit dat uit de tapgesprekken van 29 september 2017 en 7 oktober 2017 niet blijkt dat verdachte in de loods geweest is, laat staan dat hij daar geknipt heeft. Dat de Volkswagen Transporter van verdachte in de omgeving van de loods is gezien op 2 en 3 januari 2018 zegt ook niets over zijn aanwezigheid in de loods. De verdediging heeft geen kans gehad om getuige [medeverdachte 8] nader te bevragen over zijn verklaring bij de politie over de betrokkenheid van verdachte bij deze kwekerij. Van een nauwe en bewuste samenwerking van [verdachte] met anderen om hennep te telen in de loods blijkt niet uit de door de officieren van justitie naar voren gebrachte bewijsmiddelen. [verdachte] moet daarom van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.
Voor de kwekerij aan de [adres 8] (A-07) is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat sprake is van medeplegen.
Verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd over de kwekerij aan de [adres 9] (A-09). Hij betaalde een deel van de huur voor [naam 12] en heeft geprobeerd een hennepkwekerij te starten, maar dit is niet gelukt.
Ten aanzien van de kwekerij aan de [adres 10] (A-10) heeft de raadsman bepleit dat de verklaring van [slachtoffer] bij de politie als onbetrouwbaar moet worden beschouwd. Hij heeft zijn verklaring bij de RC bovendien herroepen. De latere mishandeling van [slachtoffer] had niets te maken met de kwekerij. De kwekerij was van [medeverdachte 3] en [slachtoffer] . Het medeplegen van verdachte aan deze kwekerij kan niet wettig en overtuigend bewezen worden.
Ten aanzien van de kwekerij aan de [adres 6] (A-12) vraagt het Openbaar Ministerie ook een veroordeling voor een kwekerij op deze locatie voor de tweede keer, binnen dezelfde tenlastegelegde periode. Hiermee is sprake van ne bis in idem of een innerlijk tegenstrijdige en dus nietige tenlastelegging. Daarnaast kan het medeplegen van verdachte aan deze kwekerij niet wettig en overtuigend bewezen worden.
Verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd over de kwekerij aan de [adres 11] (A-13). De raadsman heeft bepleit dat hij alleen de huur betaalde, geholpen heeft met knippen en er weinig heeft verdiend.
Voor de kwekerij aan de [adres 12] (A-14) is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen.
Ten aanzien van de kwekerij aan de [adres 13] in [plaats 3] (België) (A-15) ligt het anders. Verdachte heeft zijn betrokkenheid bij deze kwekerij bekend, maar zijn rol is minder groot dan door de officieren van justitie wordt geschetst. Verdachte heeft geholpen met de opbouw, maar niet met de teelt.
Voor de kwekerij aan de [adres 14] in [plaats 2] (B-01) is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen. De verklaring van [naam 11] is onbetrouwbaar en bestaat voor een belangrijk deel uit de auditu informatie. Het tapgesprek op 20 april 2018 met een onbekende persoon zegt niets over betrokkenheid van verdachte bij deze kwekerij. Alleen zijn Volkswagen Transporter zou er gezien zijn. Al met al onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor medeplegen.

4.3.2 Diefstal van stroom (feit 2)
De raadsman heeft bepleit dat iedere link tussen verdachte en diefstal van stroom ontbreekt. Betrokkenheid bij een hennepkwekerij is onvoldoende voor de conclusie dat een verdachte ook betrokken was bij de diefstal van stroom. Primair zou vrijspraak moeten volgen voor alle tenlastegelegde kwekerijen. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat, indien medeplegen van diefstal van stroom wel bewezen wordt geacht, sprake is van samenloop met het kweken van hennep. De diefstal van stroom zou in dat geval geen strafverzwarende grond moeten zijn.

4.3.3 Voorbereidingshandelingen (feit 3)
De raadsman heeft bepleit dat ten aanzien van de voorbereidingshandelingen aan de [adres 14] in [plaats 2] (B-01) geen bewezenverklaring kan volgen, gelet op de bepleite vrijspraak onder feit 1.
Voor voorbereidingshandelingen aan de [adres 15] (B-04) en de [adres 16] (B-05) wordt gesteld dat verdachte wetenschap had van de garages, maar er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig voor medeplegen. Hetzelfde geldt voor de garagebox aan de [adres 17] (B-06). De garagebox aan de [adres 18] (B-07) is van [medeverdachte 5] . De link naar verdachte is onduidelijk. De garagebox aan de [adres 19] (B-08) werd gehuurd door verdachte, maar er is onvoldoende gebleken dat de aangetroffen goederen in deze garagebox per definitie alleen geschikt en bestemd kunnen zijn voor hennepteelt.
De raadsman heeft zich aldus op het standpunt gesteld dat verdachte voor al het tenlastegelegde onder feit 3 moet worden vrijgesproken.

4.3.4 Witwassen (feit 4)
De raadsman heeft bepleit dat er geen aanwijzingen zijn voor wederrechtelijk gegenereerd inkomen vóór 2017. Opmerkelijk is dus dat de tenlastegelegde periode zich uitstrekt van
1 januari 2014 tot en met 4 september 2018. Verdachte heeft verklaard dat hij inkomsten heeft gehad uit een schadevergoeding die door de overheid aan hem is uitgekeerd. Dit staat ook vermeld op zijn justitiële documentatie, en is een aannemelijke verklaring voor de bedragen die zijn uitgegeven en op zijn rekening staan. Het Openbaar Ministerie heeft hier verder geen onderzoek naar gedaan. Daarnaast maakte de zus van [verdachte] vanaf 2009
€ 500,- per maand aan hem over voor kost en inwoning. Ook hier heeft het Openbaar Ministerie geen verder onderzoek naar gedaan. Uit niets kan blijken dat het bedrag dat aan vliegtickets is betaald niet afkomstig is of kan zijn van het loon van de partner van [verdachte] . Haar verklaring over de dakkapel kan geen redengevend bewijs zijn voor witwassen. Er is overigens ook geen reden om aan te nemen dat haar verklaring over de Transporter ‘leugenachtig’ is. Dat verdachte de Transporter gebruikte wordt immers door haar niet ontkend. De verklaring van [medeverdachte 9] over het geld op zijn rekening is ook aannemelijk. Reden waarom verdachte van al het tenlastegelegde onder feit 4 zou moeten worden vrijgesproken.

4.3.5 Deelname aan een criminele organisatie (feit 5)
De raadsman heeft bepleit dat geen sprake is van een criminele organisatie. Als verdachte en zijn broers al gelinkt kunnen worden aan enkele van de aangetroffen kwekerijen, brengt dat nog niet automatisch met zich mee dat zij dit samen én in georganiseerd verband deden. De uitermate geringe betrokkenheid van verdachte bij de veelheid aan feiten in dit dossier maakt het bijzonder onaannemelijk dat hij onderdeel uitmaakte van een georganiseerd samenwerkingsverband. Het Openbaar Ministerie heeft bovendien onvoldoende onderscheiden waarin de tussen de verdachten bestaande, hechte familiestructuur verschilt van een eventuele criminele structuur. Het dossier biedt daarentegen wel aanknopingspunten voor het feit dat de veronderstelde gedragingen met betrekking tot de kwekerijen zien op individuele keuzes van individuele verdachten, met eventueel hulp van een of meer familieleden. Dit blijkt onder meer uit de verklaringen van [medeverdachte 3] en [naam 4] en ook [medeverdachte 4] lijkt zijn ‘eigen zaken’ te hebben. De vele onderzoekshandelingen die de politie heeft verricht om verdachte te linken aan bijvoorbeeld de kwekerij aan de [adres 7] heeft slechts geleid tot een schamele oogst. [medeverdachte 2] heeft bovendien bekend dat deze kwekerij van hem was en dit blijkt ook uit de OVC-gesprekken. Volgens vaste rechtspraak is in een dergelijke situatie – waarbij zich géén duurzame samenwerkingsverbanden voordoen, maar wél incidentele samenwerkingen – geen sprake van een organisatie in de zin van artikel 140 Sr, aldus de raadsman.

4.3.6 Wapenbezit (feit 6)
Het vuurwapen is bij verdachte aangetroffen en hij heeft daarover verklaard dat, voor zover hij wist, het wapen onbruikbaar is gemaakt en dat het om een antiek wapen ging. De politie bevestigt ook dat het om een oud type revolver uit de 19e eeuw gaat (Simson en Co, Suhl, type Galand). De revolver lag in een kast en was niet verhuld. Verdachte heeft het zakje met munitie op straat gevonden. De aangetroffen patronen konden niet met de revolver verschoten worden.

4.3.7 Bedreiging en mishandeling [slachtoffer] (feiten 7 en 8)
Volgens de raadsman is sprake van eendaadse samenloop, omdat beide feiten zien op de mishandeling/bedreiging van [slachtoffer] op dezelfde dag. Verdachte heeft bekend dat hij heel boos was en dingen heeft gedaan waar hij spijt van heeft. [slachtoffer] heeft het behoorlijk aangedikt. Van een wapen was geen sprake. [slachtoffer] had bovendien bij verdachte ingebroken en spullen van hem gestolen. Uit tapgesprekken volgt dat sprake was van een unieke situatie en dat het voor verdachte niet gebruikelijk is om geweld te gebruiken. [slachtoffer] heeft zijn verklaring bij de rechter-commissaris herroepen. Concreet bewijs van de door hem genoemde verwondingen is er niet. [slachtoffer] had geen gebroken neus, [medeverdachte 3] hand was niet gebroken, van een snee in de keel is niets gebleken. Het letsel aan de hand van [slachtoffer] is bovendien niet waargenomen of vastgesteld. De verwijzing naar het proces-verbaal van bevindingen daarover maakt dat niet anders.

4.4 Het oordeel van de rechtbank

4.4.1 Beantwoording rechtsvragen
Bakengegevens
De officieren van justitie hebben ter onderbouwing van hun stellingen veelvuldig gewezen op baken- en/of zendmastgegevens.
De rechtbank heeft geconstateerd dat in dit HERA onderzoek de woonadressen van de betrokken verdachten en de diverse plaatsen delict dicht bij elkaar zijn gelegen. Reeds daarom is de enkele constatering dat een door de verdachte gebruikte auto zich volgens bakengegevens in de min of meer directe omgeving van een plaats delict bevindt dan wel dat een door de verdachte gebruikte mobiele telefoon een zendmast aanstraalt die min of meer de directe omgeving aanstraalt onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen van de aan de verdachten tenlastegelegde betrokkenheid bij hennepteelt. Deze gegevens duiden er immers slechts op dat de (auto en/of telefoon van de) verdachte ten tijde van het feit in de buurt moet zijn geweest van een bepaalde locatie, maar brengt niet zonder meer met zich dat de verdachte daadwerkelijk op de plaats delict is geweest, en in het verlengde daarvan dat hij het feit daadwerkelijk heeft (mede)gepleegd of daaraan medeplichtig is geweest. Aan deze gegevens komt dan ook alleen betekenis toe in combinatie met enig ander (direct) bewijs dat redengevend is voor de betrokkenheid van de verdachte.
Betrouwbaarheid getuigenverklaringen
In de strafzaak HERA is door een aantal verdachten, ook in de rol van getuige, meerdere verklaringen afgelegd bij de politie en de rechter-commissaris.
Bij de vraag naar de keuze en waardering van bewijs heeft de rechter een grote vrijheid. In het geval uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren worden gebracht ten aanzien van de betrouwbaarheid van de verklaringen dient de rechter te motiveren waarom de ene verklaring wel voor het bewijs kan worden gebezigd en een andere niet.
Bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van een afgelegde verklaring zijn een aantal factoren en omstandigheden van belang. In de eerste plaats is van belang of de getuige die belastend verklaart over anderen ook zelf een deel van de verantwoordelijkheid op zich heeft genomen. In dat geval wint de verklaring aan betrouwbaarheid ten opzichte van een verklaring waarin de gehele schuld wordt afgewenteld op een ander of anderen.
Verder is bij de vraag naar de betrouwbaarheid van de verklaring van een getuige of medeverdachte van belang of hetgeen wordt verklaard overeenkomt met of steun vindt in
– zo te noemen – andere bewijsmiddelen. Des te meer de verklaring wordt gestut door objectieve feiten of omstandigheden of verklaringen van anderen des te meer waarde aan die verklaring kan worden gehecht. Een belangrijke factor is het tijdsverloop. Aangenomen wordt dat de kans op een waarheidsgetrouwe verklaring groter is als deze is afgelegd kort na het voorval dan in het geval dat plaats vindt geruime tijd na het gebeuren. Dat ziet enerzijds op het feit dat herinneringen kunnen vervagen, zeker bij complexe of repeterende (strafbare) feiten, en anderzijds op het feit dat bij een ruim tijdverloop er meer gelegenheid is voor, al dan niet vrijwillig, contact met medeverdachten waardoor een getuige gemotiveerd kan raken om anders dan de waarheid te verklaren. Daarnaast is van belang of de betreffende verklaring ‘uit zichzelf’ (dat wil zeggen, zonder wetenschap vooraf van hetgeen uit het onderzoek reeds naar voren is gekomen) is afgelegd, of de verklaring op andere onderdelen steeds consistent is en of onderdelen van de verklaring zich verdragen met andere in het onderzoek naar voren gekomen gegevens.
Tot slot kan bij de vraag naar de betrouwbaarheid ook van belang zijn de positie van degene ten overstaan van wie de verklaring is afgelegd. Een verklaring afgelegd tegenover een onafhankelijke rechter onder ede kan de betrouwbaarheid van de inhoud van de verklaring ten goede komen.
De rechtbank zal hierna, voor zover relevant, per getuige de vraag beantwoorden welke verklaringen als betrouwbaar kunnen worden aangemerkt en kunnen worden gebezigd voor het bewijs.
De verklaringen in deze zaak hebben als gemeenschappelijke deler dat zij voor een of meer van de verdachten in het onderzoek belastend zijn.
Toets betrouwbaarheid per getuige (van belang voor enig bewijs)
 [naam 6] (A5/A8/A15)
Over het Bedrijvenpark Twente heeft [naam 6] op 5 september 2018 verklaard dat hij betrokken is geweest bij de verzorging van planten om zijn broer [medeverdachte 1] te helpen. Hij heeft zijn broer ook wel eens in de kwekerij gezien.
Op 11 september 2018 heeft [naam 6] een tweetal verklaringen bij de politie afgelegd in het kader van het aantreffen op 7 maart 2018 van een hennepkwekerij in de Bakkerij aan de [adres 6] in [plaats 1] . Hij heeft daarover – kort gezegd – verklaard dat hij [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] wel eens heeft zien sjouwen met spullen bij de bakkerij tegenover BCA (de rechtbank begrijpt: [adres 6] ) en ook in België. Ook heeft hij zelf bij de bakkerij – op verzoek van zijn broer [medeverdachte 1] gesjouwd en heeft hij daar [verdachte] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] gezien.
Verder heeft [naam 6] verklaard dat hij een keer of tien naar België is geweest voor een hennepplantage. Hij was er een keer met de Combo van zijn broer heen gereden en een keer met de bus van [verdachte] . Begin 2018 was hij een keer met die bus geweest samen met [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 10] . In het pand in [plaats 3] was op de benedenverdieping een Turks café en boven waren een aantal kamers ingericht als hennepkwekerij. Het bouwen werd gedaan door [medeverdachte 10] , [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] . De overige keren was hij met [medeverdachte 5] er heen gereden om de planten te bewateren.
Bij de rechter-commissaris heeft [naam 6] op 17 september 2019 verklaard dat hij nimmer opdrachten heeft gekregen die te maken hebben met het opbouwen en onderhouden van een kwekerij en zegt hij niet meer te weten of hij [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] nog heeft zien sjouwen in de bakkerij aan de [adres 6] . Hem werden bepaalde dingen voor de voet gegooid dat hij het wel zou weten en hij heeft toen gewoon maar wat gezegd. In die tijd ging het ook slecht met hem en om die reden moet aan zijn verklaringen bij de politie geen waarde worden gehecht.
De rechtbank houdt [naam 6] echter aan de verklaringen die hij heeft afgelegd bij de politie op 5 en 11 september 2018, omdat die verklaringen steun vinden in overig bewijsmateriaal waarvan onder meer de OVC-gesprekken en de verklaring van [naam 5] .
Daarbij komt dat [naam 6] niet alleen anderen belast met betrokkenheid, maar ook zichzelf daar een aandeel in toedicht. Van enig motief om aanvankelijk onjuist en in strijd met de waarheid te verklaren is de rechtbank niet gebleken.
 [slachtoffer] (A10)
Kort na de ontmanteling van de hennepkwekerij aan de [adres 10] in [plaats 1] , op 26 april 2018, is [slachtoffer] door de politie gehoord. Hij heeft verklaard dat de kwekerij van hem is en dat deze 4/5 weken daarvoor in gebruik was genomen. Hij heeft gezegd geen namen te durven noemen. Op 16 oktober 2018 is [slachtoffer] wederom door de politie gehoord. Hij heeft toen verklaard dat hij geld nodig had en daarover had gesproken met [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] gaf te kennen de zolder wel te willen volgooien. Daarna is [verdachte] bij hen geweest en zijn er afspraken gemaakt. [verdachte] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en een aantal anderen hebben geholpen bij de bouw. Hij verklaarde verder dat hij in zijn kelder een aantal transformatoren had liggen die hij heeft verkocht omdat hij geld nodig had. Toen men erachter kwam moest hij bij [verdachte] in zijn schuur komen. Daar waren [verdachte] en [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] heeft toen het wapen doorgeladen en aan [verdachte] gegeven die het op zijn beurt in de mond van [slachtoffer] drukte. Met de achterzijde van het wapen is hij op het achterhoofd geslagen. [verdachte] heeft toen een klein vlijmscherp mesje gepakt en hiermee een snee in het gezicht van [slachtoffer] gemaakt. Toen hij nog een keer transformatoren verkocht, omdat hij daar recht op meende te hebben, en men daar achter kwam is [slachtoffer] door [verdachte] in de woning tegenover de hennepkwekerij mishandeld door een mes door zijn hand te steken. Vervolgens heeft [medeverdachte 3] hem nog geslagen, geschopt en knietjes gegeven. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 10] zijn daar getuige van geweest.
[slachtoffer] is door de rechter-commissaris gehoord op 1 oktober 2019 en heeft daar verklaard dat hij ten tijde van het verhoor in oktober 2018 onder druk is gezet, omdat hij anders twee maanden vast zou komen te zitten. Hij heeft verklaard te blijven bij zijn eerste verklaring in het voorjaar van 2018 dat hij alles alleen op heeft gezet. De verklaring over het op hem toegepaste geweld op twee momenten was een leugen, aldus [slachtoffer] .
De rechtbank houdt [slachtoffer] aan de verklaring die hij op 16 oktober 2018 bij de politie heeft afgelegd omdat die verklaring in ruime mate bevestiging vindt in onder meer de tapgesprekken, de verklaring van [naam 13] en de door een verbalisant geconstateerde wond op de wang van [slachtoffer] en litteken op diens hand, waarvan [slachtoffer] destijds heeft verklaard dat dit inderdaad de verwondingen waren die hij had opgelopen bij de mishandelingen. Uit niets blijkt overigens van een motief bij de [slachtoffer] om anderen ten onrechte te betrekken bij de kwekerij nu hij zelf ook de verantwoordelijkheid voor deze kwekerij op zich neemt.

De tekst gaat verder: De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken