Rb. Overijssel 18 maart 2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:1192

Een maatschap is door de rechtbank Overijssel veroordeeld tot een geldboete van 20.000 euro, waarvan 10.000 euro voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Aan de varkens en, in mindere mate, aan de runderen die binnen de maatschap werden gehouden is de nodige verzorging onthouden. Bij een controle van de NVWA is geconstateerd dat de afdelingen in de kraamstal bevuild waren met mest, oude voerresten en vuil en dat de varkens bevuild waren met mest. Daarnaast stond op de deel de mest boven de roostervloer en waren de runderen en de ligboxjes bevuild met mest. De rechtbank weegt bij de strafoplegging mee dat de maatschap in 2017 ook is veroordeeld voor het onthouden van de juiste verzorging aan de dieren. De vertegenwoordigers van de maatschap hebben evenwel de problemen onderkend. Vanwege de gezondheidsproblemen van beide vertegenwoordigers waren zij niet (meer) in staat om de dieren de juiste verzorging te geven en de gestorven dieren zodanig op te ruimen dat zij afgevoerd konden worden. Er zijn inmiddels maatregelen getroffen en op een enkel varken na worden er binnen de maatschap geen varkens meer gehouden. De rechtbank zal daar bij de strafoplegging rekening mee houden. Om te voorkomen dat de maatschap, bijvoorbeeld vanwege financieel-economische motieven, toch weer varkens gaat houden, zal de bijzondere voorwaarde worden opgelegd dat de maatschap geen varkens meer mag houden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen