Rb. Overijssel 12 maart 2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:1115
De arbeidsovereenkomst tussen werkgever en verzoekster is door de werkgever op 6 september 2019 opgezegd tegen 31 januari 2020. Verzoekster berust in het ontslag, maar verzoekt om een transitievergoeding en een billijke vergoeding. De kantonrechter oordeelt dat verzoekster geen recht heeft op een transitievergoeding, omdat de werkgever haar terecht een aantal verwijten maakt. 1: Verzoekster heeft aan zichzelf – niet via de officiële weg - een aanzienlijke bonus laten betalen terwijl zij wist dat bestuurder X twijfels had over de concept jaarcijfers en er sprake was van een vertrouwensbreuk tussen haarzelf en bestuurder X. 2: Verzoekster heeft aan een medewerker een zeer ruinhartige schadevergoeding toegekend, zonder toestemming van de RvC, hetgeen in strijd was met de belangen van de werkgever. 3: Verzoekster heeft zichzelf als Geschäftsführer van een dochtervennootschap van de werkgever een salaris toegekend. Wel wordt aan verzoekster een billijke vergoeding toegekend van vijf maandsalarissen wegens opzegging van de arbeidsovereenkomst zonder schriftelijke instemming van de werknemer.
De uitspraak op rechtspraak.nl