Rb. Overijssel 21 februari 2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:737
Eiser vordert dat de Staat der Nederlanden (Rijkswaterstaat) een brug aanlegt om zijn perceel te kunnen bereiken, zoals hij heeft toegezegd. In het kader van een onteigening was eiser de bestaande toegangsweg tot zijn perceel kwijtgeraakt. Na onteigening resteerde slechts een toegangsweg over een overloop, die niet het hele jaar begaanbaar was. De rechtbank heeft overwogen dat de opmerking van de Staat dat eiser een brug zou krijgen, inderdaad moet worden gekwalificeerd als een toezegging. Het verweer van de Staat dat de aanleg van een brug niet van hem gevergd kan worden vanwege gewijzigde omstandigheden (met name: de kosten voor de aanleg en de reeds verbeterde bereikbaarheid tot gemiddeld 356 dagen per jaar), wordt door de rechtbank verworpen, onder meer omdat de Staat dat voorbehoud niet had gemaakt bij de toezegging.
De uitspraak op rechtspraak.nl