Rb. Overijssel 3 oktober 2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:3837

Vordering van een statutair bestuurder tot betaling van een billijke vergoeding na gegeven ontslag op staande voet. Wat de dringende reden inhield, is voldoende duidelijk kenbaar gemaakt. Het vragen aan en (via betaling op een factuur) ontvangen van een ‘lening’ van een opdrachtnemer van de vennootschap, wijst op het vragen en ontvangen van smeergeld. Dit is onbehoorlijk en niet integer en houdt een verstrengeling van belangen in, waarvan de bestuurder zich had moeten onthouden. Dit handelen kwalificeert als een dringende reden. Evenmin is sprake van een schending van een opzegverbod bij ziekte. De aan de vennootschap te maken verwijten wegen niet op tegen het aan de bestuurder te maken verwijt. Er is geen reden voor een billijke vergoeding.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken