Rb. Overijssel 14 maart 2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:1122

Last onder dwangsom i.v.m. inrichting voor bewerking van dakgrind. Beroep gegrond; bestuursorgaan verbeurt dwangsom indien niet tijdig opnieuw wordt beslist. Nu nooit een omgevingsvergunning voor de tweede fase is verleend, volgt hieruit dat de inrichting geheel zonder vergunning in bedrijf is. Het is de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever geweest om te voorkomen dat een project zou mogen worden uitgevoerd op basis van een vergunning voor slechts een deel van de activiteiten die plaatsvinden. Verweerder dient zich alsnog een beeld te vormen van wat feitelijk plaatsvindt binnen de inrichting en verweerder dient vervolgens na te gaan of alles wat binnen de inrichting gebeurt daadwerkelijk gelegaliseerd kan worden. De rechtbank ziet in de voorgeschiedenis van deze zaak en de zeer lange tijd dat derde-partij met medeweten van verweerder al zonder vergunning in bedrijf is, aanleiding om te bepalen dat verweerder een dwangsom verbeurt indien geen gevolg wordt gegeven aan hetgeen hiervoor is overwogen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen