Rb. Overijssel 24 september 2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:4292

Bank heeft vordering uit geldlening op vennootschap, waarvoor de drie aandeelhouders garant staan. Eén van die drie aandeelhouders voldoet door dividenduitkering niet meer aan de door bank gestelde vereisten voor garantstelling. Die dividenduitkering wordt als onrechtmatig jegens de bank aangemerkt en de aandeelhouder wordt tot schadevergoeding aan de bank veroordeeld (zie ECLI:NL:RBOVE:2015:5239). Die aandeelhouder stelt dat het bedrag dat zij aan de bank heeft betaald, naar rato kan verhalen op de andere aandeelhouders, stellend dat zij ten behoeve van de vennootschap aan de bank heeft betaald. Die vordering strandt, al om reden dat niet komt vast te staan dat de verhalende aandeelhouder het aan de bank betaalde bedrag in haar vermogen heeft gedragen of heeft te dragen. De tegenvordering van de twee aandeelhouders strekkende tot vergoeding van hun onverhaalbare vorderingen in rekening-courant met de vennootschap stranden eveneens vanwege het te ver verwijderd verband tussen de dividenduitkering en het niet voldaan krijgen van die vorderingen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken