Rb. Overijssel 1 februari 2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:384
Verdachte heeft als feitelijk leidinggevende van zijn aannemingsbedrijf zijn medewerkers werkzaamheden laten verrichten aan een bouwwerk waar eerder asbesthoudende producten zijn verwijderd, terwijl er geen “asbestvrij-verklaring” aanwezig was. De rechtbank acht oplegging van een geheel voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 80 uren, bij niet voldoen te vervangen door 40 dagen hechtenis, passend en geboden. Daarnaast zal de rechtbank, als bijzondere voorwaarde opleggen dat verdachte een bedrag van € 5.000,- zal storten op de rekening van het instituut Asbestslachtoffers.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 14a Sr
- Artikel 14b Sr
- Artikel 14c Sr
- Artikel 22c Sr
- Artikel 22d Sr
- Artikel 51 Sr
- Artikel 91 Sr
- Artikel 1a WED
- Artikel 2 WED
- Artikel 6 WED
- Artikel 120 Wonw
- Artikel 1 Wet op de identificatieplicht
- Artikel 4.1b Arbobesluit
- Artikel 4.51a Arbobesluit
- Artikel 1 Arbowet
- Artikel 6 Asbestverwijderingsbesluit 2005
- Artikel 9 Asbestverwijderingsbesluit 2005