Rb. Overijssel 17 juli 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:3468

artt. 3.31 Vb 2000, 2 en 4 Wav, 15 Handvest en 12 Richtlijn 2011/98/EG In verband met het ontbreken van overgangsrecht, hebben de wijzigingen van de Wav onmiddellijke werking. Verweerder heeft derhalve het juiste toetsingskader toegepast bij de beoordeling van eisers aanvraag. De enkele verwijzing naar oude regelgeving is onvoldoende om te spreken van een gerechtvaardigd vertrouwen dat deze oude regelgeving zou blijven gelden. Dat deze regelgeving reeds geruime tijd gold (…), maakt het vorenstaande niet anders. Eiser kon er niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat er niets zou veranderen met betrekking tot de voorheen geldende periode van drie jaar. Gesteld noch gebleken is dat sprake is van zodanig specifieke feiten en omstandigheden die eiser onderscheiden van andere vreemdelingen in dezelfde situatie, dat deze aanleiding geven voor een ander oordeel. Verweerder heeft volgens eiser miskend dat de beschikking het aan eiser rechtstreeks toekomende recht ontneemt op arbeidsvoorwaarden die gelijkwaardig zijn aan die welke de burgers van de Unie genieten. Eiser dient op dezelfde manier als een Nederlander te worden behandeld op het gebied van arbeidsvoorwaarden. De rechtbank overweegt dat er geen sprake is van verschillen in arbeidsvoorwaarden, maar van regels die betrekking hebben op de toelating van vreemdelingen met het oog op werk. Er is derhalve geen sprake van strijd met het Handvest. Naar het oordeel van de rechtbank is evenmin sprake van strijd met Richtlijn 2011/98/EG. De rechtbank verwijst in dit kader naar de preambule, onder 6, artikel 1, tweede lid en artikel 12, derde lid. Hetgeen in de Richtlijn is bepaald doet geen afbreuk aan het recht van een lidstaat om een verblijfsvergunning in te trekken of niet te verlengen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen