Rb. Overijssel 26 juni 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:3068
Verdachte heeft een arrestantenbewaarder in de buik getrapt. Zij deed dit terwijl door de arrestantenbewaarder geprobeerd werd om de broek van verdachte uit te trekken. De politierechter is van oordeel dat op het moment van trappen sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding van verdachte door de arrestantenbewaarder. Daarbij speelt met name een rol dat verdachte op dat moment geen verdachte was en dat er geen bevoegdheid was om haar, nota bene in het bijzijn van diverse verbalisanten van het andere geslacht, te ontkleden. De politierechter acht de wijze van verdediging geboden en noodzakelijk en de gehanteerde methode, te weten het geven van een trap, proportioneel. Naar het oordeel van de politierechter komt verdachte dan ook een beroep op noodweer toe.
De uitspraak op rechtspraak.nl