Rb. Overijssel 6 mei 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:2908
Inzage ex artikel 3:15j sub BW. Naar het oordeel van de rechtbank hebben eisers geen rechtstreeks en voldoende belang bij de door haar gevorderde inzage. Eisers wensen immers te onderzoeken of is voldaan aan de stortingsplicht. Het subjectieve recht waarop artikel 2:193 BW ziet, is het recht op volstorting van aandelen. De bij dit recht behorende rechtsvordering komt aan de vennootschap toe. Artikel 2:193 BW verschaft aan de curator uitsluitend een (beschikkings)bevoegdheid met betrekking tot dit recht. Aan eisers komt derhalve in dit kader geen vorderingsrecht toe.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 22 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 162 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 236 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 68 Fw
- Artikel 69 Fw
- Artikel 2:193 BW2
- Artikel 2:248 BW2
- Artikel 6:119 BW6
- Artikel 3:15j BW3
- Artikel 3:303 BW3