Rb. Overijssel 28 januari 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:1013

Incidenteel vonnis. Staken executie. Na eindvonnis van de rechtbank Overijssel is in hoger beroep bij proces-verbaal een vaststellingsovereenkomst opgesteld. Omdat betaling van het overeengekomen bedrag is uitgebleven heeft de advocaat van de thans gedaagde partijen de schikkingsovereenkomst uit het proces-verbaal ontbonden en de deurwaarder opdracht gegeven de executie voort te zetten. De vraag of de vaststellingsovereenkomst is ontbonden beantwoordt de rechtbank bevestigend. Het betoog dat een gerechtelijk tot stand gekomen vaststellingsovereenkomst, vervat in het proces-verbaal van een gerechtshof niet eenzijdig kan worden opgezegd slaagt niet. De in artikel 7:905 BW neergelegde beperkingen gelden niet voor het geval de ontbinding, een zoals hier, door partijen gezamenlijk tot stand gebrachte vaststelling betreft. Dit betekent dat voor de vraag of de vaststellingsovereenkomst door de brief van 1 oktober 2013 is ontbonden, niet artikel 7:905 BW, maar de algemene artikelen 6:265 e.v. BW richtinggevend zijn (vgl. Hof Arnhem, RCR 2009, 30). Uit het bovenstaande volgt dat het bij voorraad uitvoerbaar verklaarde vonnis van de rechtbank van 3 april 2013 kan worden geëxecuteerd, mits artikel 431a Rv. in acht wordt genomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen