Rb. Overijssel 18 december 2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:7036
Verzoek opheffing inmiddels executoriaal geworden beslag. De vrouw verzoekt opheffing van het op 7/8/’14 ter verzekering van verhaal van vorderingen op de man gelegde beslag op de echtelijke woning. Bij huwelijkse voorwaarden van 30/12/’10 is de woning aan haar toegedeeld. Anders dan de vrouw stelt behoorde de woning ten tijde van het leggen van het beslag niet tot de onverdeelde huwelijksgemeenschap. Bij de toedeling van de woning aan de vrouw bij de huwelijkse voorwaarden is de woning immers verdeeld. Dat de levering ex artikel 3:89 lid 1 BW (inschrijving van de notariële leveringsakte in openbare register) door een fout van de notaris achterwege is gebleven, maakt dat niet anders. Nu levering achterwege is gebleven, is de woning niet in eigendom aan de vrouw overgedragen en is de man voor de helft eigenaar gebleven, zodat ten laste van de man beslag kon worden gelegd op zijn aandeel in de woning. Daarvoor was geen toestemming van de vrouw nodig ex artikel 3:189 lid 2 BW, nu enkel een bijzondere gemeenschap slechts door een schuldeiser kan worden uitgewonnen met toestemming van de overige deelgenoten. Na de verdeling is echter niet langer sprake van een ontbonden huwelijksgemeenschap (een bijzondere gemeenschap) maar van een eenvoudige gemeenschap. Pas na de inschrijving van het proces-verbaal van het beslag is de akte huwelijkse voorwaarden alsnog ingeschreven in het kadaster. Op dat moment heeft de vrouw de woning geleverd gekregen mét het daarop rustende beslag, aangezien ingevolge het bepaalde in artikel 505 lid2 Rv de inschrijving van de akte huwelijkse voorwaarden niet tegen de beslaglegger kan worden ingeroepen, nu de levering aan de vrouw heeft plaatsgevonden na de inschrijving van het proces-verbaal van beslaglegging. De beslaglegger beschikt over een executoriale titel en mag in beginsel tot executie overgaan. Geen misbruik van bevoegdheid en geen vexatoir beslag, aangezien de beslaglegger een in redelijkheid te respecteren belang heeft bij het handhaven van het beslag in een poging om haar vorderingen op de man in ieder geval deels te verhalen. Dat het handhaven van het beslag mogelijk grote gevolgen heeft voor de vrouw en dat zij in haar belangen wordt geschaad staat buiten kijf, maar volgt uit het stelsel van de wet.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 145 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 438 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 505 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 704 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 3:13 BW3
- Artikel 3:89 BW3
- Artikel 3:166 BW3
- Artikel 3:182 BW3
- Artikel 3:186 BW3
- Artikel 3:189 BW3
- Artikel 3:190 BW3