Rb. Overijssel 16 juli 2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:4116

Schorsing leerling. Wet op het voortgezet onderwijs (Wvo). Het al dan niet opleggen van een ordemaatregel is een discretionaire bevoegdheid van het bevoegd gezag. Wel moeten daarbij alle relevante omstandigheden van het geval worden meegewogen en zal aan een aantal procedurele voorschriften moeten worden voldaan. De schorsing heeft naar het oordeel van de rechtbank niet met de vereiste zorgvuldigheid plaatsgevonden. Er is geen voldoende reden aan de schorsing ten grondslag gelegd. Bovendien is de schorsing niet voorafgegaan door het horen van de betrokken leerling, de ouders en de groepsleerkracht en is het besluit niet onverwijld op schrift gesteld. Ook staat onder de schorsingsbeslissing geen bezwaarclausule en heeft de schorsing langer geduurd dan de wettelijk toegestane week.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen