Rb. Overijssel 14 mei 2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:2667

Aan de vordering ex artikel 6:125 BW ligt de stelling ten grondslag dat de Bitcoin als ‘geld’ in de zin van Afdeling 6.1.11 BW kan worden aangemerkt. De rechtbank komt tot de conclusie dat de Bitcoin niet kan worden aangemerkt als geld in de zin van Afdeling 6.1.11 BW, maar dient te worden gezien als ruilmiddel. De rechtbank wijst de vordering uit hoofde van de ongedaanmakingsverplichting ex artikel 6:271 BW en de vordering tot schadevergoeding wegens gederfde winst toe. Voor vergoeding komt in aanmerking de schade die tot het moment van ontbinding van de overeenkomst is veroorzaakt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen