Rb. Overijssel 10 april 2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:1933

A. vordert in conventie afgifte en levering van de matrijzen zonder betaling, dan wel benoeming van een bewindvoerder die de matrijzen aan haar ter beschikking stelt. Zij stelt de verplichtingen die ze heeft jegens B / C te hebben verrekend, althans opgeschort. B heeft zich bereid verklaard tot levering van de matrijzen aan A tegen voldoening van de overeengekomen tegenprestaties. B stelt de levering te hebben opgeschort. De voorzieningenrechter heeft in dat kader ten eerste te beoordelen of voldoende aannemelijk is dat A reeds eigenaar was van de matrijzen 1 tot en met 3 en of zij onder invloed van dwaling, bedrog, dan wel misbruik van omstandigheden ingevolge de oorspronkelijke koopovereenkomst heeft afgesproken haar eigen matrijzen te kopen. Vervolgens heeft de voorzieningenrechter te beoordelen of voldoende aannemelijk is dat A met het door haar betaalde bedrag van € 50.000,-- de matrijzen 4 en 5 heeft betaald. Ten slotte zal de voorzieningenrechter hebben te beoordelen of voldoende aannemelijk is dat partijen afspraken hebben gemaakt zonder voorbehoud, die dienen te worden nagekomen. Op basis van de stukken zoals die er nu liggen en met inachtneming van de beperkingen van de kort gedingprocedure, die zich niet leent voor nader onderzoek, acht de voorzieningenrechter het aannemelijk dat D als bestuurder van A de verkoop van matrijs 1 door A aan E heeft verricht, althans goedgekeurd. Naar het voorshandse oordeel van de voorzieningenrechter is niet aannemelijk geworden dat sprake was van het om de tuin leiden van A door B met betrekking tot matrijs 1, dan wel in algemene zin. Alles overziend komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat met betrekking tot de matrijzen 1 tot en met 3 niet aannemelijk is geworden dat A onder invloed van dwaling, bedrog, dan wel misbruik van omstandigheden ingevolge de oorspronkelijke koopovereenkomst heeft afgesproken haar eigen matrijzen te kopen en dat zij hiervan reeds eigenaar was. Met betrekking tot de matrijzen 4 en 5 kan in kort geding niet worden vastgesteld of het bedrag dat zij daarvoor heeft betaald haar recht geeft op afgifte van de matrijzen 4 en 5, omdat geen specifieke prijs voor de afzonderlijke matrijzen is overeengekomen, nu de prijs zag op de overname van alle activa van E, waarvan de matrijzen slechts een onderdeel vormden. Evenmin kan in deze kort gedingprocedure worden vastgesteld dat tussen partijen op 15 november 2013 een perfecte overeenkomst tot stand is gekomen. Dit leidt ertoe dat, mede gelet op de beperkingen die de kort geding procedure met zich brengt, voor toewijzing van zowel het in conventie als in reconventie gevorderde geen ruimte is, behoudens het toewijzen van de in reconventie gevorderde managementvergoeding, aangezien de verschuldigdheid daarvan tussen partijen niet in geschil is en het beroep op verrekening dan wel opschorting daarna van A, gelet op het voorgaande, niet kan worden gehonoreerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen