Rb. Overijssel 6 december 2013, ECLI:NL:RBOVE:2013:3102

Verdachte, in 2004 van de Marokkaanse nationaliteit, zou op 15 mei 2013 in Nederland hebben verbleven ondanks zijn ongewenstverklaring in 2004. De rechtbank oordeelt dat zij moet uitgaan van de onderbouwde stelling van verdachte dat hij na de ongewenstverklaring ook de Franse nationaliteit heeft verworven ondanks de uit het dossier blijkende maar niet onderbouwde stellingname van de Kmar dat verdachte’s Franse paspoort vals is. De Europeesrechtelijke criteria voor ongewenstverklaring van een EU-burger zijn zwaarder dan die van niet-EU-burgers. Uit de informatie in het dossier kan niet in redelijkheid de conclusie worden getrokken dat verdachte aan de zwaardere criteria voldoet. Uitgaand van de aanname dat het Franse paspoort onvervalst is mocht het besluit tot ongewenstverklaring van 2004 dan naar het oordeel van de rechtbank op 15 mei 2013 niet beschouwd worden als te berusten op een wettelijk voorschrift. De rechtbank spreekt verdachte vrij.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken