Rb. Oost-Nederland 11 januari 2013, ECLI:NL:RBONE:2013:BZ7179
Huurzaak. Vordering tot ontruiming van woonruimte wegens overlast ingesteld tegen de huurder. Huurder staat al drie jaar onder beschermingsbewind. Bewindvoerder is niet in het geding betrokken, ondanks dat eiseres op de hoogte was van het bewind. Meerderjarigenbewind. Art. 1:441 BW: de bewindvoerder vertegenwoordigt de rechthebbende in en buiten rechte. Alle goederen zijn onder bewind gesteld. De rechten uit de huurovereenkomst woonruimte, waaronder het recht op huurgenot, vallen onder het bereik van het bewind. Vorderingen tot ontruiming van de woonruimte dienen ingesteld te worden tegen de bewindvoerder. Dat de ontruiming gegrond is op - kort gezegd - het veroorzaken van (geluids-)overlast en niet op wanbetaling, maakt dit niet anders. Doorslaggevend is niet wat de grond is van de ontruiming, maar of de gevorderde ontruiming verband houdt met en gevolgen heeft voor de onder bewind gestelde goederen.
De uitspraak op rechtspraak.nl