Rb. Oost-Nederland 13 februari 2013, ECLI:NL:RBONE:2013:BZ6092

Herziening tegemoetkoming huurtoeslag 2008. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 22-8-2012, LJN: BX5258 en de uitspraak van de CRvB van 13-3-2012 (LJN: BV8894) op het door eiseres ingestelde hoger beroep inzake de intrekking van haar bijstandsuitkering oordeelt de Rb. dat eiseres in de onderhavige periode, aldus ook in de in geding zijnde maanden van het berekeningsjaar 2008, niet duurzaam gescheiden heeft geleefd van haar echtgenoot. De regionale sociale recherche Zwolle e.o. heeft in het kader van de vraag of de bijstandsuitkering moest worden ingetrokken en teruggevorderd onderzoek gedaan. Mede op grond van het verslag van dit onderzoek heeft de Rb. Zwolle-Lelystad destijds geoordeeld dat niet gesproken kan worden dat eiseres en haar echtgenoot duurzaam van elkaar gescheiden leefden. Onder verwijzing naar jurisprudentie van de ABRS (onder 12 meer de uitspraak van 3-10-2012, LJN: BX8986), is de Rb. van oordeel dat verweerder met juistheid eigen onderzoek naar de vraag of eiseres en haar echtgenoot duurzaam gescheiden van elkaar leefden onder deze omstandigheden niet nodig heeft geacht. Voorts is de Rb. van oordeel dat eiseres en haar echtgenoot in de in geding zijnde maanden hebben samengewoond op het adres van eiseres, en [naam partner], gelet op het bepaalde in art. 6, lid 3 en 4 van de Awir juncto art. 3, lid 2, aanhef en onder c, van de Uitvoeringsregeling, geacht moet worden in het GBA ingeschreven te zijn op dit woonadres nu hij zich per 14 april 2008 en 26 september 2008 hierop (alsnog) heeft ingeschreven. De Rb. wijst hierbij op de Toelichting bij de Uitvoeringsregeling waarin staat vermeld dat laatstgenoemd artikel ziet op gevallen waarin een partner of medebewoner zich ten onrechte niet bij de belanghebbende heeft ingeschreven in het GBA. Dit artikel van de Uitvoeringsregeling repareert dit door, als het GBA is aangepast, deze correctie voor de toepassing van de Awir met terugwerkende kracht te laten gelden. Nu eiseres met haar echtgenoot niet duurzaam gescheiden heeft geleefd en [naam partner] geacht wordt ingeschreven te staan op zijn woonadres, heeft verweerder [naam partner] ingevolge art. 1a, lid 1 van de Wht terecht aangemerkt als toeslagpartner van eiseres. Art. 9, lid 2 van de Wht staat niet aan toekenning van huurtoeslag in de weg. Nu [naam partner] als toeslagpartner van eiseres geacht wordt in het GBA te zijn ingeschreven op zijn woonadres voldoet eiseres immers aan de voorwaarden van art. 9, lid 1 van de Wht. Reeds hierom is de uitzonderingssituatie zoals opgenomen in het tweede lid, nog daargelaten dat hierin in afwijking van het eerste lid een mogelijkheid is vastgelegd waarin een belanghebbende juist wèl in aanmerking kan worden gebracht voor huurtoeslag, niet aan de orde.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen