Rb. Oost-Brabant 9 februari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:838
Verdachte is schuldig bevonden aan het veroorzaken van een ernstig eenzijdig verkeersongeval, waarbij twee slachtoffers zwaar lichamelijk letsel hebben opgelopen, waarvan zij – een jaar na het ongeval – nog niet volledig van zijn hersteld en niet in staat zijn hun reguliere werk te hervatten. Verdachte verkeerde ten tijde van het ongeval fors onder invloed van alcoholhoudende drank. Bij de bepaling van de strafmaat is in strafmatigende zin rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte met het voertuig heeft gereden op een smalle zandweg buiten de bebouwde kom, waardoor niet aannemelijk is dat de algemene verkeersveiligheid voor anderen dan de inzittenden van het voertuig daarbij in het geding is gekomen. De rechtbank legt op een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, een taakstraf voor de duur van 180 uren en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 24 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.
De uitspraak op rechtspraak.nl