Rb. Oost-Brabant 4 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:3855
In deze uitspraak oordeelt de rechtbank voor de tweede keer dat het college de afwijzing van een verzoek van eiseres om handhavend op te treden tegen de varkenshouderij van de derde-partij onvoldoende heeft onderbouwd. Deze uitspraak is daarmee helaas een herhaling van zetten in de zoektocht naar een oplossing voor het probleem van de PAS-melders, een probleem dat zeven jaar geleden is ontstaan en dat de bestuursrechter niet kan oplossen. De rechtbank geeft de terugkoppeling aan de wetgever dat het de hoogste tijd is om gevolg te geven aan de verplichting op basis van artikel 22.21 van de Omgevingswet en zorg te dragen voor een betekenisvol programma met kans van slagen om de problematiek van de PAS-melders op te lossen. De rechtbank roept partijen op om in overleg te treden om zelf in dit geval een regeling te treffen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Hof 's-Hertogenbosch 17 februari 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:364
- Rb. Oost-Brabant 16 april 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:2327
- Rb. Gelderland 12 februari 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:1141
- ABRvS 15 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2051
- ABRvS 28 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:838
- ABRvS 28 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:844
- ABRvS 28 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:852
- Rb. Oost-Brabant 16 februari 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:670
- ABRvS, ECLI:NL:RVS:2022:4923