Rb. Oost-Brabant 30 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2710

6:162 BW. Onrechtmatig overheidshandelen. Het waterschap heeft gehandeld in strijd met een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm. Het waterschap beheert waterberging De Rummeling dat specifiek bedoeld is om waterstanden te reguleren. Daaruit volgt een bijzondere zorgplicht, namelijk: het voorkomen van wateroverlast, door middel van het zorgvuldig bedienen van de in- en uitlaat, van overtollig (regen)water, waarbij alle relevante factoren, zoals onder andere de weersverwachting, de mate van begroeiing en de hoogte van de (grond-) waterstanden in en rondom het waterbergingsgebied in ogenschouw moeten worden genomen. De kantonrechter oordeelt dat in dit geval het open laten van de schuif strijd oplevert met wat maatschappelijk betamelijk is, omdat het waterschap niet in redelijkheid de afweging kon maken om de schuif van de waterberging open te laten. Daarbij overweegt de kantonrechter dat bescherming van bebouwd gebied tegen overstroming het algemeen belang dient. Dat de focus van het calamiteitenteam van het waterschap gericht was op bescherming van het dorp Sterksel, acht de kantonrechter dan ook in lijn met zorgvuldig waterbeheer c.q. rampenbeperking. Door het waterschap is echter niets gesteld over de ernst van de bedreiging van overstroming voor Sterksel, of er tijd of mankracht was om de situatie ter plekke te bekijken en te beoordelen of de schuif kon worden gesloten. De schuif wordt nu elektrisch bediend, begrijpt de kantonrechter uit de gedingstukken, maar moest in 2016 nog handmatig worden gesloten. Hierdoor is het lastig te beoordelen of de keuze die het waterschap destijds heeft gemaakt om de schuif op een kierstand te laten staan, doelbewust en evenredig was. Daarbij komt nog de onweersproken stelling van eisende partij dat in latere situaties van (nog meer) buitensporige regenval, door het waterschap wel altijd is gekozen om de schuif dicht te zetten. Dit roept de vraag op of er op 1 of 2 juni 2016 wel sprake was van een reële noodsituatie. Immers, als later bij vergelijkbare of ergere piekregenval door het waterschap wel de keuze is gemaakt om de schuif dicht te zetten, dan lijkt het op 1 of 2 juni 2016 niet dichtzetten van de schuif, overdreven of niet naar behoren ingeschat. Voor zover het waterschap heeft aangevoerd dat waterberging De Rummeling is aangelegd met maar één doel: bescherming van bebouwd gebied, te weten het dorp Sterksel en dat de percelen van eisende partij zijn gelegen in een normloos beekdal, oordeelt de kantonrechter onder meer dat eisende partij, als eigenaar van een omliggend (akker)perceel, van het waterschap mag verwachten dat waterberging De Rummeling goed wordt toegepast. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat eisende partij heeft betwist dat in 2016 al sprake was van een normloos beekdal en aan de hand van een deskundigenbericht voldoende heeft aangetoond dat op haar percelen wel degelijk een beschermingsnorm voor wateroverlast rust. Tot slot oordeelt de kantonrechter met betrekking tot de causaliteit dat eisende partij voldoende heeft aangetoond dat door het open laten van de schuif van waterberging De Rummeling op 2 juni 2016 haar omliggende percelen zijn overstroomd, waarbij schade ontstond. Hierbij overweegt de kantonrechter dat tussen partijen niet in geschil is dat de bodem van de percelen verzadigd was door de piekneerslag in de periode van 31 mei tot en met 2 juni 2016. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat de Sterkselse Aa al dat extra regenwater niet kon verwerken, (mede) omdat door de sterke begroeiing de stroming (vrijwel) stil was gevallen. Verder heeft eisende partij aan de hand van een memorandum onweersproken gesteld dat waterberging De Rummeling een extra 50 of 60 kuub water in De Rummeling had kunnen bergen als de schuif destijds gesloten was. De stelling dat ‘een kiertje in de berging’ niets heeft veranderd aan de schade van eisende partij, althans dat dit door eisende partij niet is aangetoond, wordt door de kantonrechter dan ook verworpen. Ook uit het deskundigenbericht kan de stelling van het waterschap, dat de percelen van eisende partij ook als de schuif was dichtgezet zouden zijn overstroomd, niet worden afgeleid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken