Rb. Oost-Brabant 17 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2426
Verdachte heeft zich allereerst schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van ongeveer een halve kilo metamfetamine met een aanzienlijke waarde, het voorhanden hebben van een stroomstootwapen en het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk, te weten: een Cobra 6. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het plegen van een openlijke geweldpleging. Verdachte heeft na het uitgaan twee mannen geduwd, onderuit geschopt en geslagen. Door het handelen van verdachte hebben zij letsel opgelopen. Bovendien heeft verdachte gehandeld met discriminatoir oogmerk. Gelet op de geschetste persoonlijke omstandigheden legt de rechtbank aan verdachte een gedeeltelijk voorwaardelijke jeugddetentie en een werkstraf op. De rechtbank vindt een jeugddetentie voor de duur van 120 dagen met aftrek als bedoeld in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 65 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals genoemd in het reclasseringsrapport passend. Daarnaast legt de rechtbank een werkstraf op voor de duur van 160 uur. De rechtbank legt een hogere werkstraf op dan de door de officier van justitie gevorderd, omdat de rechtbank van oordeel is dat de gevorderde straf de ernst van het bewezenverklaarde absoluut onvoldoende tot uitdrukking brengt.
De uitspraak op rechtspraak.nl