Rb. Oost-Brabant 7 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2326

Tussenbeschikking. Werknemer verzoekt toekenning van meerdere financiële vergoedingen van zijn voormalig werkgever. Het gaat om: 1) de aanzegvergoeding, 2) de transitievergoeding, en 3) de betaling van onterecht verrekende minuren en betaling van overuren. Het zwaartepunt van de discussie tussen partijen gaat over de uren. Volgens werkgever heeft zij aan werknemer te veel loon betaald, heeft werknemer uren als gewerkt opgegeven die hij feitelijk niet heeft gewerkt, en wil hij via deze procedure onterecht reistijd als arbeidstijd vergoed krijgen. De kantonrechter is van oordeel dat werkgever de transitievergoeding moet betalen, maar geen aanzegvergoeding en ook geen minuren. Verder krijgt werknemer de mogelijkheid om bewijs te leveren dat er nog overuren nabetaald dienen te worden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken