Rb. Oost-Brabant 11 maart 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:1595

Verdachte heeft zich schuldig heeft gemaakt aan belaging in de zin van artikel 258b, eerste lid, Sr. en vernieling van de videodeurbel van aangeefster. De rechtbank legt op een gevangenisstraf voor de duur 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De rechtbank stelt daarbij bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering en legt op een 38v maatregel (contact- en locatieverbod) voor de duur van 2 jaren. Verbeurdverklaring van inbeslaggenomen goederen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken