Rb. Oost-Brabant 1 juli 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:8895

Klachtzaak. Verzoeker klaagt over een beperking in het gebruik van communicatiemiddelen. De rechtbank verklaart de klacht ten aanzien van het eerste klachtonderdeel niet-ontvankelijk, omdat geen sprake is van één van de klachtgronden als bedoeld in artikel 9:1, tweede lid, sub b Wvggz. De beperking van het telefoongebruik was namelijk niet het gevolg van een beslissing van de zorgverantwoordelijke, maar van een kliniek-brede storing in het telefoonsysteem. De rechtbank verklaart de klacht ten aanzien van het tweede klachtonderdeel ongegrond, omdat het beperken van het internetgebruik naar het oordeel van de rechtbank passend was en de maatregel voldoende was gemotiveerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen