Rb. Oost-Brabant 18 december 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:8879
Arbeidsongeval. Letselschade. Kelderluikcriteria en schending zorgplicht. Een schilder is bij een pand in aanbouw door een trapgat gevallen en enkele meters lager op de onderliggende keldervloer terechtgekomen. De schilder heeft daarbij een incomplete dwarslaesie opgelopen. De schilder houdt de pandeigenaar en de bouwbegeleider aansprakelijk op grond van artikel 6:162 BW en zijn opdrachtgever op grond van artikel 7:658 lid 4 BW. Verder stelt de schilder op grond van artikel 7:954 BW een vordering te hebben op hun aansprakelijkheidsverzekeraars. Alle door de schilder in rechte betrokken partijen hebben aansprakelijkheid of dekking onder de aansprakelijkheidsverzekering betwist en hebben elkaar onderling in (onder) vrijwaring opgeroepen. Daarnaast is de pandeigenaar een onder vrijwaringsprocedure gestart tegen een andere/nieuwe partij, die op haar beurt de bouwbegeleider in onder onder vrijwaring heeft opgeroepen. De vorderingen van de schilder in de hoofdzaak worden toegewezen en de veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Daarnaast heeft de kantonrechter per (onder) vrijwaringsprocedure beslist in hoeverre partijen in hun onderlinge verhouding (al dan niet deels) draagplichtig zijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl