Rb. Oost-Brabant 25 november 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:8118

Verzet ex artikel 29 WGBZ. De definitieve toevoeging is niet voordat de einduitspraak is gedaan overgelegd en dat had op grond van artikel 29 lid 1 Wrb in combinatie met artikel 16 lid 4 Wgbz wel gemoeten. Er zijn geen omstandigheden gesteld of gebleken waaruit kan blijken dat het voor (de advocaat van) verzoekster niet mogelijk was om die toevoeging tijdig aan de rechtbank toe te sturen. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken