Rb. Oost-Brabant 17 november 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:7470
Dodelijk arbeidsongeval in de kippenstal van de verdachte en haar medeverdachte, die via een beheersvennootschap dezelfde bestuurder hebben. De verdachte en haar medeverdachte houden en fokken mestkuikens op. De verdachte is tekortgeschoten in haar zorgplicht jegens werknemers van het arbeidsbureau (de tweede medeverdachte) in het algemeen en het slachtoffer in het bijzonder. Als gevolg hiervan heeft een arbeidsongeval kunnen plaatsvinden, als gevolg waarvan het slachtoffer is overleden. Het ging om een jonge vrouw die tijdens haar werk is aangereden door een zwaar voertuig. Bewezenverklaring voor het medeplegen van overtreding van de van toepassing zijnde regelgeving rondom arbeidsomstandigheden (feit 1) en voor medeplegen van dood door schuld (feit 2). De rechtbank legt op een geldboete van € 50.000,- aan de verdachte en een geldboete van € 50.000,- aan de medeverdachte. Aan het arbeidsbureau legt de rechtbank een geldboete van € 100.000,- op. De rechtbank verklaart de benadeelde partijen, de nabestaanden, niet-ontvankelijk in de vorderingen. Ter terechtzitting is gebleken dat de verzekeraar van het betrokken arbeidsmiddel de aansprakelijkheid heeft erkend. Ook is gebleken dat de gevorderde affectieschade van de nabestaanden nog niet daadwerkelijk is vergoed. De nabestaanden hebben aldus nog een vorderingsrecht ten aanzien van de verdachte en de medeverdachten.
De uitspraak op rechtspraak.nl