Rb. Oost-Brabant 28 oktober 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:6974
Met een besluit van 21 juni 2025 heeft de burgemeester de woning van verzoeker met ingang van 21 juni 2025 voor de duur van zes maanden gesloten op grond van artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Gemeentewet. In een uitspraak van 7 augustus 2025 (25/1523, CLI:NL:RBOBR:2025:4999) heeft de voorzieningenrechter voorlopig geoordeeld dat de wetsgeschiedenis en beschikbare rechtspraak onvoldoende grondslag biedt voor het standpunt van de burgemeester dat in dit geval in beginsel een sluitingsduur van zes maanden op grond van het genoemde artikel gerechtvaardigd zou zijn. De burgemeester heeft zijn standpunt gehandhaafd in het besluit op het bezwaar. Gelet op de nu beschikbare gegevens ziet de voorzieningenrechter in de motivering van het besluit op bezwaar geen aanleiding om over de duur van sluiting anders te oordelen dan in de uitspraak van 7 augustus 2025, waaruit volgt dat deze duur maximaal vier maanden kan zijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl