Rb. Oost-Brabant 11 september 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5720
De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat de voorlopige voorzieningenprocedure zich in dit geval niet leent voor een voorlopige rechtmatigheidsbeoordeling van de last onder dwangsom. De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek daarom aan de hand van een belangenafweging. Hij komt daarbij tot het oordeel dat hij het verzoek om een voorlopige voorziening afwijst, maar geeft verzoekers nog wel een begunstigingstermijn van acht weken om aan de last onder dwangsom te voldoen.
De uitspraak op rechtspraak.nl