Rb. Oost-Brabant 11 september 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5719

De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat de voorlopige voorzieningenprocedure zich in dit geval niet leent voor een voorlopige rechtmatigheidsbeoordeling van de last onder dwangsom. De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek daarom aan de hand van een belangenafweging. Hij komt daarbij tot het oordeel dat hij het verzoek om een voorlopige voorziening toewijst. Het bestreden besluit wordt geschorst tot een uitspraak in de bodemprocedure is gedaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen