Rb. Oost-Brabant 21 juli 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:4619
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van het verzoek van eiseres om toepassing te geven aan de hardheidsclausule van artikel 3.8 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant voor het plaatsen van een bodemwarmtepomp in het grondwaterbeschermingsgebied Seppe. Eiseres is het niet eens met deze afwijzing. De voorzieningenrechter komt met het college tot het oordeel dat geen sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard. Het college is dus niet bevoegd om de hardheidsclausule in artikel 3.8 van de Ov toe te passen. Dat brengt met zich dat het niet nodig is om in te gaan op de tweede voorwaarde voor toepassing van de hardheidsclausule: de vraag of het doel waarvoor de regels zijn vastgesteld niet wordt geschaad door van die regels af te wijken. Het doel van de Omgevingswet en de daaraan ten grondslag liggende kernwaarden, leiden er niet toe dat een wettelijk toetsingskader dat uitgaat van een verbod zonder de mogelijkheid van ontheffing of vergunning plaats moet maken voor een vrije belangenafweging.
De uitspraak op rechtspraak.nl