Rb. Oost-Brabant 17 juli 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:4581

Pensioenzaak. Overgang van onderneming. Indexatie ná uitdiensttreding. De primaire en subsidiaire vorderingen van werknemer, die - kort gezegd - allemaal zijn gebaseerd op een veroordeling van wg tot financiering van de indexaties die PPF (de pensioenuitvoerder van de oude werkgever ten tijde van de overgang van onderneming) vanaf 2013 heeft doorgevoerd, moeten worden afgewezen. Hiervoor bestaat geen wettelijke grondslag (op grond van artikel 7:663 BW) en geen juridische grondslag (op grond van het arrest van het Hof ’s-Hertogenbosch van 19 januari 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:81) noch anderszins. De bij PPF opgebouwde pensioenafspraken zijn middels een collectieve waardeoverdracht overgedragen aan Delta Lloyd en zijn opgegaan in de Delta Lloyd Pensioenregeling. Sindsdien is voor werknemer leidend wat er binnen de Delta Lloyd Pensioenregeling is bepaald over indexatie na uitdiensttreding. Het stoppen van de voorwaardelijke indexatieregeling (vanwege het beëindigen van de overrenteregeling) is in strijd met naw

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken