Rb. Oost-Brabant 18 juni 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:3552
Arbeidsrecht; ontslag op staande voet; studieovereenkomst en studiekosten (BBL); ketenregeling; Werknemer meldt zich ziek en wordt uitgenodigd voor een consult bij de bedrijfsarts. In die uitnodiging is geen fysieke locatie opgenomen. De werknemer verschijnt vervolgens niet op het consult omdat hij dacht dat sprake was van een telefonisch consult zoals eerder het geval was. Daarna wordt de werknemer op staande voet ontslagen omdat hij ondanks sommatie daartoe door de werkgever niet op het werk is verschenen. Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig gegeven omdat het niet voorhanden zijn van een medisch oordeel over de mate van arbeidsongeschiktheid niet aan de werknemer kan worden tegengeworpen en de werkgever minder vergaande maatregelen had moeten treffen. Geen sprake van een dringende reden. De werknemer heeft daarom recht op een transitievergoeding, billijke vergoeding, gefixeerde schadevergoeding en correctie van de eindafrekening voor onder andere onterecht ingehouden studiekosten. Geen sprake van een keten van arbeidsovereenkomsten die leidt tot een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd omdat de arbeidsovereenkomsten verband houden met de BBL-opleiding van de werknemer.
De uitspraak op rechtspraak.nl