Rb. Oost-Brabant 3 juni 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:3104

Zaken over 1) intrekking van Alcoholwetvergunning en exploitatievergunning voor een horecabedrijf op een vakantiepark en 2) weigering van exploitatievergunning van dat vakantiepark. De rechtbank is, kort samengevat, van oordeel dat de burgemeester de vergunningen heeft mogen intrekken en weigeren, omdat de leidinggevende of exploitant niet (langer) voldoet aan het vereiste dat hij niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Dit vereiste strekt ertoe het belang van de veiligheid, de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf en het vakantiepark te waarborgen. Bij de beoordeling van het levensgedrag heeft de burgemeester alle strafbare feiten in het Bibob-advies mogen betrekken. Deze feiten zijn niet gering en zeggen, ondanks een bepaald tijdsverloop, nog steeds iets over de betrouwbaarheid van de leidinggevende of exploitant om op een verantwoorde manier een horecabedrijf uit te oefenen dan wel een vakantiepark te exploiteren. Verder had de leidinggevende of exploitant vooraf kunnen weten dat hij gezien die feiten niet meer aan dit vereiste voldoet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken