Rb. Oost-Brabant 3 juni 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:3104
Zaken over 1) intrekking van Alcoholwetvergunning en exploitatievergunning voor een horecabedrijf op een vakantiepark en 2) weigering van exploitatievergunning van dat vakantiepark. De rechtbank is, kort samengevat, van oordeel dat de burgemeester de vergunningen heeft mogen intrekken en weigeren, omdat de leidinggevende of exploitant niet (langer) voldoet aan het vereiste dat hij niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Dit vereiste strekt ertoe het belang van de veiligheid, de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf en het vakantiepark te waarborgen. Bij de beoordeling van het levensgedrag heeft de burgemeester alle strafbare feiten in het Bibob-advies mogen betrekken. Deze feiten zijn niet gering en zeggen, ondanks een bepaald tijdsverloop, nog steeds iets over de betrouwbaarheid van de leidinggevende of exploitant om op een verantwoorde manier een horecabedrijf uit te oefenen dan wel een vakantiepark te exploiteren. Verder had de leidinggevende of exploitant vooraf kunnen weten dat hij gezien die feiten niet meer aan dit vereiste voldoet.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 22 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:212
- ABRvS 3 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2690
- ABRvS 13 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4645
- ABRvS 1 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:855
- ABRvS 25 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1493
- ABRvS 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1964
- ABRvS 24 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:392
- ABRvS 3 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:217
- ABRvS 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3011
- ABRvS 18 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3015
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2013:288