Rb. Oost-Brabant 8 mei 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:2673
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het voorhanden hebben van chemische stoffen waarmee (professioneel) vuurwerk kan worden vervaardigd. Verdachte wordt vrijgesproken van het vervaardigen van (professioneel) vuurwerk omdat niet bewezen kan worden dat verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt in de tenlastegelegde (korte) periode. De rechtbank legt een hogere straf op dan geëist vanwege de gevaarzetting van de aangetroffen vuurwerkwerkplaats, en legt op een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met een proeftijd van drie jaren en een taakstraf voor de duur van 240 uren. Daarnaast legt de rechtbank op de maatregel kostenverhaal (opruimkosten) ter hoogte van € 13.569,46.
De uitspraak op rechtspraak.nl