Rb. Oost-Brabant 26 maart 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:2547

Verzet tegen in rekening gebrachte griffierecht. Conform het bepaalde in artikel 15 lid 1 WGBZ wordt van partijen die bij dezelfde advocaat verschijnen en bovendien gelijkluidend verweer voeren, slechts eenmaal een gezamenlijk griffierecht geheven. Voor de partijen die aan deze voorwaarden voldoen, geldt dan dat – voor het bepalen van het toepasselijke griffierecht – alle tegen déze partijen ingestelde vorderingen mogen worden opgeteld. Bij de berekening van de hoogte van het griffierecht had de griffier daarom moeten uitgaan van het tarief dat hoort bij het financiële belang van de vorderingen voor zover die zien op deze specifieke gedaagde partij en niet de totale omvang van alle vorderingen op alle gedaagde partijen tezamen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen