Rb. Oost-Brabant 15 april 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:2263
Moedermaatschappij van een 8-tal vakantieparken wordt veroordeeld voor belastingfraude. Het betreft drie opzettelijke overtredingen van bepalingen uit de Algemene wet op de rijksbelastingen. Functioneel daderschap ex artikel 51 Sr. Ten minste vijf jaar lang is bewust een geldstroom buiten de administratie gehouden, die niet in de belastingheffing is betrokken en waardoor te weinig belasting is geheven. Verweer ne bis in idem-beginsel en una via-beginsel ex artikel 243 lid 2 Sv wordt verworpen. De officieren van justitie zijn ontvankelijk. Problematiek verschoningsrecht. Rechtbank stelt vormverzuim vast. Verweer sfeerovergang wordt eveneens verworpen. Er volgt geen bewijsuitsluiting. Afwijking van de strafeis wegens overschrijding van de redelijke termijn met bijna 3 jaar, de forse fiscale boetes die aan de verdachte zijn opgelegd, de inbreuk op het verschoningsrecht en de verbeurdverklaring van een groot geldbedrag. Opgelegd wordt een voorwaardelijke geldboete ter hoogte van € 250.000,- met een proeftijd van 3 jaar. Ook volgt de verbeurdverklaring van een in beslag genomen geldbedrag van € 243.675,-. De vordering van de officieren van justitie was een geldboete van € 365.000,-, zijnde 70% van de niet betaalde belasting zoals door de FIOD is vastgesteld (70% van € 523.486,-).
De uitspraak op rechtspraak.nl