Rb. Oost-Brabant 16 januari 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:173
Vrijspraak feit 1 en feit 3, officier van justitie niet-ontvankelijk voor de onder feit 3 impliciet subsidiair ten laste gelegde overtreding door verjaring. Veroordeling feit 2: uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat het ongewone voorval (het overlopen van opslagtank 5) niet later heeft plaatsgevonden dan 04:30 uur. De melding bij de Regionale uitvoeringsdienst Zeeland is omstreeks 09:00 uur gedaan. De rechtbank is van oordeel dat hiermee niet is voldaan aan het ‘zo spoedig mogelijk’ doen van de melding van het ongewone voorval aan het bevoegd gezag. Het feit dat het voorval in de nachtelijke uren plaatsvond, is geen reden om geen melding te maken. De rechtbank legt verdachte een voorwaardelijke geldboete op van €10.000,- met een proeftijd van twee jaren.
De uitspraak op rechtspraak.nl