Rb. Oost-Brabant 18 december 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:6353
Boete wegens overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Twee beroepen tegen hetzelfde besluit, van de beboete rechtspersoon en een vakbond. Die zijn over en weer derde-partij in elkaars beroepen. De rechtbank matigt de boete, maar legt desondanks een hogere boete op dan was bepaald in het bestreden besluit. Dit is niet in strijd met het beginsel van reformatio in peius. De hogere boete is namelijk niet gevolg van het beroep van de beboete rechtspersoon, maar van het beroep van de vakbond (tevens derde-partij in het beroep van de beboete rechtspersoon). Voor de vakbond bestond destijds geen aanleiding om een zienswijze over de voorgenomen boete te geven of om bezwaar te maken tegen het boetebesluit, omdat de vakbond het eens was met het voornemen en de boete.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 1:2 Awb
- Artikel 6:13 Awb
- Artikel 7:11 Awb
- Artikel 8:29 Awb
- Artikel 8:69 Awb
- Artikel 2 Wet arbeid vreemdelingen
- Artikel 19a Wet arbeid vreemdelingen
- Artikel 1e Bwav
- Artikel 6 Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie
- Artikel 1 Beleidsregel boeteoplegging Wet arbeid vreemdelingen 2020
- Artikel 6 EVRM
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 8 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:913
- ABRvS 13 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1973
- ABRvS 28 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1145
- ABRvS 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:604
- ABRvS 20 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3804
- ABRvS 2 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3313
- ABRvS 5 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3950
- ABRvS 9 december 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BK5859
- ABRvS 14 maart 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA0664
- HR 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AO9006
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2011:64