Rb. Oost-Brabant 12 februari 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:473
De zaak gaat over de afwijzing van een verzoek om handhaving van maatwerkvoorschriften. De rechtbank is van oordeel dat dit ten onrechte is gebeurd omdat verzoeker buiten spel is gezet. Inmiddels is ook een voornemen uitgebracht om handhavend op te treden. Dan komt de vraag op of het college moet gaan handhaven op grond van het oude recht (naar aanleiding van het verzoek van eiser ingevolge artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet) of op grond van de Omgevingswet (gelet op artikel 4.23 van de Invoeringswet Omgevingswet. De keuze voor twee verschillende ‘kantelmomenten’ bij zaken over handhaving op verzoek en zaken over ambtshalve handhaving heeft ongewenste en wellicht onvoorziene gevolgen. Ten behoeve van de rechtsvorming zet de rechtbank wat gevolgen op een rij. De rechtbank geeft het college de aanwijzing om in de nieuwe beslissing op bezwaar (die het college volgens artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet dus moet nemen op basis van het oude recht) tevens het (ambtshalve) te nemen handhavingsbesluit van het college naar aanleiding van de constatering van de overtreding op 4 november 2023 te betrekken als dat voor de nieuwe beslissing op bezwaar wordt genomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 8.42 Wm
- Artikel 4:8 Awb
- Artikel 8:72 Awb
- Artikel 4.4 Omgevingswet
- Artikel 4.5 Omgevingswet
- Artikel 22.2 Omgevingswet
- Artikel 4.3 Invoeringswet Omgevingswet
- Artikel 4.14 Invoeringswet Omgevingswet
- Artikel 4.23 Invoeringswet Omgevingswet
- Artikel 8.1.1 Invoeringsbesluit Omgevingswet
- Artikel 8.1.5 Invoeringsbesluit Omgevingswet