Rb. Oost-Brabant 10 oktober 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:4711

Verzoek om een voorlopige voorziening en beroep tegen de positieve weigering van de aanvraag om ontheffing op grond van artikel 3.10, tweede lid, van de Wet natuurbescherming, te verlenen in verband met de bouw van 144 tijdelijke woningen. 30 meter ten noorden van het plangebied is een kraamburcht en ongeveer 60 meter ten daarvan is een zomerburcht van een dassenclan aangetroffen. In de aanvraag en het overgelegde Activiteitenplan en de aanvullende gegevens is beschreven welke maatregelen worden genomen voor het leefgebied van de das, waardoor de verstoring geen wezenlijke invloed heeft op de das. Het college mocht zijn positieve weigering op deze adviezen baseren. Uit de contra-expertise blijkt niet dat de feiten of de conclusie daarvan onjuist zouden zijn. De voorzieningenrechter acht het aannemelijk dat het verlies van het deel van het foerageergebied kan worden opgevangen door andere beschikbare foerageergebieden. Nu geen sprake is van een overtreding, is geen ontheffing nodig. Beroep van verzoekster wordt ongegrond verklaard. Twee andere verzoekers zijn door het college ten onrechte als belanghebbende aangemerkt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken