Rb. Oost-Brabant 8 februari 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:410
De minister heeft terecht besloten om het inspectierapport over onder meer de naleving van de goede distributiepraktijken door verzoekster op grond van artikel 44, eerste lid, van de Gezondheidswet openbaar te maken. Verzoekster heeft de vaststellingen van feitelijke aard in het inspectierapport niet betwist. De bezwaren van verzoekster (onder meer over imagoschade) hebben betrekking op ofwel de waardering van de feiten en oordelen daarover ofwel de conclusie die op die feiten en oordelen zijn gebaseerd ofwel op een weging van belangen (waarbij het niet gaat om persoonsgegevens). Gelet op het toetsingskader in dit soort zaken maken die geen deel uit van de door de voorzieningenrechter te verrichten toetsing. Verder zijn er geen uitzonderingen van toepassing waardoor openbaarmaking achterwege moet blijven. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl