Rb. Oost-Brabant 29 januari 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:291

Rechtbank komt tot een bewezenverklaring van eendaadse samenloop m.b.t. het niet voeren van een deugdelijke bedrijfsadministratie alsmede het niet voldoen aan de wettelijke verplichting voor verdachte als feitelijk bestuurder van een onderneming om terstond een deugdelijke administratie aan de curator te overleggen. Daarnaast heeft verdachte als WAZ-uitkeringsgerechtigde en als ontvanger van een toeslag op grond van de Toeslagenwet geen melding gemaakt van de werkzaamheden en inkomsten die hij en zijn medeverdachte hebben verricht/genoten in het kader van de door hen gedreven onderneming. De rechtbank acht de feiten te ernstig en beschouwt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf als de enige passende strafmodaliteit, in het bijzonder gelet op het gegeven dat verdachte ter terechtzitting geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen