Rb. Oost-Brabant 20 maart 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:1602
Verzet niet ontvankelijk: het griffierecht is niet (tijdig) betaald, hetgeen een voorwaarde vormt in om verzet te kunnen komen. Financieel onvermogen is niet gesteld of gebleken, dus onverkorte toepassing art. 29 Wgbz is geen schending van artikel 6 of 8 EVRM. Wel aanwijzing aan griffier om art. 3 lid 6 Wgbz alsnog toe te passen.
De uitspraak op rechtspraak.nl