Rb. Oost-Brabant 20 maart 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:1135
Contradictoir. Vervoersovereenkomst voor paarden van Koeweit naar België. Belgisch recht van toepassing. Opdrachtgever betaalt een deel van de factuur voor het vervoer niet. Opdrachtnemer beroept zich op retentierecht. Op grond van artikel 10:129 BW worden het ontstaan en de inhoud van het retentierecht bepaald door het recht dat de onderliggende rechtsverhouding beheerst. Dat is Belgisch recht. Artikel 10:129 BW bepaalt vervolgens ook dat een recht van retentie slechts geldend kan worden gemaakt voor zover het recht van de staat waar de zaak zich bevindt, dat toelaat. De paarden bevonden zich in Nederland. De uitoefening van het retentierecht moet daarom naar Nederlands recht worden beoordeeld. De conclusie is dat de uitoefening van het retentierecht niet proportioneel is. Voor een vordering van € 4.160,00 zijn twee paarden vastgehouden die een veelvoud daarvan waard zijn. Verder met betrekking tot een aantal facturen nog een beroep op rechtsverwerking en afstand van recht, dat zowel naar Nederlands als naar Belgisch recht moet worden beoordeeld.
De uitspraak op rechtspraak.nl